Wanneer de lente komt

DAGGEDICHT – Fernando Pessoa (1888–1935) – Wanneer de lente komt…

Wanneer de lente komt

En als ik dan al dood ben, zullen de bloemen net zo bloeien

En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar. De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

Ik voel een enorme vreugde bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is
Als ik wist dat ik morgen zou sterven en het was overmorgen lente.

Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was. Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?

Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zoals het moet zijn;Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.

Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden want alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn.

Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil. Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen. Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben.

Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal het zijn dat wat het is.

(vertaald door August Willemsen)

Postcorona: wanneer is het verantwoord om nog een auto of vliegtuig te nemen?

  • Gepubliceerd op 9 april 2020

Rudy Vandamme – Gelaagd Ontwikkelingsgericht WerkenOntwikkelingsmethodiek voor verbinding met jezelf en grotere gehelen15 artikelen Volg ik

We missen de aanraking met al dat zoomen, skypen en whatsappen. Springen we in het postcoronatijd allemaal terug in onze auto? Is het verantwoord om in het postcoronatijdperk terug auto en vliegtuig te nemen om elkaar fysiek te zien? Of beter gesteld: wanneer is de verplaatsing de CO2, de stress en de tijdsinvestering waard?

Voor mij ligt het antwoord in een ingrijpende ervaring van een paar jaar terug. Ik gaf in Zwitserland een vijfdaagse training aan fysiotherapeuten (kinesisten in België). Onderwerp was het coachen van patiënten. ’s Morgens was de training en in de namiddag gingen we skiën. Ik leerde de uitdaging van hun praktijk kennen. Om je beter in te leven geef ik hierbij een veel voorkomend praktijkvoorbeeld. Een patiënt komt voor de revalidatie van een blessure en de kiné begeleidt een reeks oefeningen die de patiënt aan toestellen doet. Terwijl de kinesist zijn werk doet, is er het praatje. Dat praatje kan oppervlakkig zijn, maar kan ook diepe emoties bevatten en relevante informatie geven over levensstijl. Het zou vanuit een holistische visie op geneeskunde een onderdeel van de behandeling kunnen zijn. Tijdens de training leerde ik hen een aantal coachtechnieken, hoe je contact kunt maken met de ervaring van mensen, luisteren, herhalen, vragen stellen. De basis. Dat deden ze nauwkeurig, maar na drie dagen begon ik iets te missen. Ze deden de gesprekstechnieken wel, maar er ontstond geen proces van ontmoeting. Ik kreeg de indruk dat ze te weinig empathisch waren en buiten de ervaring van de patiënt bleven. Het was alsof hun emotionele spiegelneuronen op non-actief stonden. 

Nu gebeurde in die training het volgende voorval. Op dag 4 ontwricht ik tijdens het skiën mijn enkel. Je kunt wel indenken dat ik goed omringd was met 15 fysiotherapeuten: ’s avonds boden ze zich aan om mijn enkel te onderzoeken en te behandelen. Ik lag op een tafel en een fysiotherapeut onderzocht mijn enkel, gaf uitleg hoe het in elkaar stak en masseerde daarna mijn been. Ik werd me toen plots erg bewust hoe ik mezelf voelde terwijl de fysiotherapeut met mijn lichaam bezig was. Hij werkte met mijn lichaam, maar niet met mij. Ik voelde zelf ook dat ik naar mijn lichaam keek alsof het een ding was. Zijn objectiverende houding, maakte dat ik zelf ook dissocieerde van mijn lichaam. Hij masseerde wel, maar raakte me niet aan. Ik bedoel, ik werd als mens, als persoon niet geraakt. 

De volgende dag tijdens de training vertelde ik mijn ervaring en toetste het inzicht. Raken de fysiotherapeuten eigenlijk wel een mens als ze zijn lichaam aanraken? We reflecteerden over hun opleiding: ze waren medisch opgeleid om met een lichaam te werken, niet met een mens. De vraag was nu heel scherp: wil je wel mensen raken? Wanneer is je fysieke aanraking machinaal en wanneer is het bezield met gevoel? Ik begon te begrijpen wat ik miste in hun gesprekstechnieken. Ze raakten de mens niet. We hadden allen samen het volgende inzicht: het is niet omdat je met je handen iemand fysiek aanraakt, dat je die persoon ook aanraakt in zijn wezen en ziel. En voor ons vakgebied van coaching geldt hetzelfde: je kunt iemand raken met woorden en lichaamstaal, ook al raak je hem fysiek niet aan. Het gaat dus over de kunst van het sensitief energetisch aanraken. De kunst van aanraken betreft je innerlijke gesteldheid die je activeert als je met iemand omgaat, fysiek of verbaal.

Nu naar de coronatijd. In een overleg met collega’s dachten we na of het wel belangrijk is om een training nog fysiek te laten doorgaan. Na een zoomcall met deelnemers, hadden we ook veel verbinding en ontmoeting gevoeld. Hoe noodzakelijk was het nog om alle verplaatsingen te verantwoorden voor een fysieke bijeenkomst? Wat was de meerwaarde ervan? 

Voor mij ligt het antwoord in de anekdote. Als je niet de emotionele kunst van het aanraken beoefent, kun je evengoed online werken. Verplaats je voor een opleiding, vergadering, netwerkbijeenkomst, studiedag of coaching, enkel als je van plan bent om in een emotionele ontmoeting te gaan. 

De toepassingen:

  • Als je vergadering enkel bestaat uit achter tafels zitten en agendapunten afhandelen, blijf dan thuis en vergader online. Ben je echter van plan om met je collega’s in een echte ontmoeting te gaan, zonder tafels en te luisteren hoe ieder zich voelt en verhoudt met een bepaald onderwerp en de emotie gebruikt om te co-creëren, organiseer dan een fysieke bijeenkomst.
  • Je moet je voor een opleiding of onderwijs niet verplaatsen als de leraar niet meer doet dan zenden van informatie. Blijf dan thuis en zoek online materiaal. Ben je leraar en begrijp je de kunst om een groep leerlingen of studenten mee te nemen in een verhaal, om daarna een levendige dialoog mogelijk te maken, organiseer dan een klas. 
  • Ga naar een studiedag of conferentie als je van plan bent om meer te doen dan kennis consumeren. Ga als de studiedag zo georganiseerd is dat het een hele dag een feest van ontmoeting is. Zo niet, lees een boek.
  • Ga naar een netwerkbijeenkomst of beurs als je meer wil doen dan hoppen tussen mensen of aanbieders. Blijf thuis en verzamel contacten via LinkedIn of surf op websites die je aandacht trekken.

Durven we het nog breder opentrekken?

  • Je moet geen uur in de file staan om op een werk aan te komen waar je 7 uur achter een scherm gaat zitten. Voer een pleidooi voor thuiswerken.
  • Is de virtuele rondleiding van een museum, zo opgebouwd dat je meegenomen wordt met de gids, niet aantrekkelijker dan vermoeid recht te staan?
  • En moet je nog een vliegtuig nemen naar een exotisch land om daar een rondrit te doen in een airconditioned bus en een geënsceneerde folkloredansje bij te wonen? Kun je dan niet beter een documentaire bekijken?

Begrijp me niet verkeerd. Ik voer geen pleidooi om als mens nog meer achter schermpjes te zitten. Ik pleit voor aanraken en echte ontmoeting. Of dat nu online of in levenden lijve gebeurt, fysiek of verbaal, maakt niet uit. Er is veel winst te boeken om fysieke bijeenkomsten van allerlei aard veel meer tot echte ontmoetingen te maken. Er is ook veel winst te boeken om online elkaar te leren raken. Hier zijn mijn tips:

  • Je kunt het in online sessies meer hebben over je gevoelens, je gedachten en hoe je je verhoudt met onderwerpen. 
  • Je kunt herhalen wat de andere zegt, samenvatten en laten horen dat je begrijpt.
  • Je kunt tijdens een online sessie gevoelsvragen stellen. 
  • Je kunt vertellen wat de bijdrage van de andere bij je oproept.
  • Je kunt feedback geven op wat je ziet in de lichaamstaal van de ander.

Belangrijk in online ontmoetingen is ook om te vertragen, stilte in te zetten en elkaar aan te kijken. Dat laatste ervaar ik, nu al vier weken, als ik met Ann online ons dagelijks gesprekje voer. Het mooiste van de gesprekken is als we stilvallen, elkaar aankijken en de liefde voelen die er is. Neemt niet weg dat ik de feromonen mis .

Ik voer dus een pleidooi voor het echte aanraken. Als de fysieke ontmoetingen dat niet waarmaken, waarom doen we ze dan? Ik ga me alvast in het postcoronatijdperk alleen nog verplaatsen als de bijeenkomst een echte ontmoeting beloofd te worden. 

Misschien zal de corona opleveren dat we beginnen te snappen wat echte ontmoeting is en wanneer verplaatsingen de energie- en milieukost waard zijn. Hier zit een mooie kans in voor ontwikkeling.

Rudy Vandamme, met Ann Sterckx

Rudy Vandamme, sociaal psycholoog, Ph.D.

www.ontwikkelingsgericht.org

‘De mensen moeten niet zo streng zijn voor zichzelf’

‘De mensen moeten niet zo streng zijn voor zichzelf’

Interview (Marjoleine Vos: 16 augustus 2019 NRC) Het systeem waarin we leven zet mensen sterk onder druk, vindt essayiste Marian Donner. Alles en iedereen moet altijd beter. Maar waarom eigenlijk? „Ik wil het individu bevrijden.”

Tijdens het tv-programma College Tour werd aan zangeres Anouk gevraagd of ze nog tips had voor de studenten. Nee, had Anouk gezegd. Ze had gewoon mazzel gehad. Heel veel mensen konden beter zingen dan zij, maar die waren niet beroemd geworden. 

Zo’n antwoord, dát vindt schrijfster en essayiste Marian Donner (1974) zoals we zouden moeten praten. „Mensen die succesvol zijn zeggen vaak dat ze daar gekomen zijn door heel hard te werken, groot te denken, ‘laat je door niets en niemand tegenhouden’, ‘accepteer geen nee’ – allemaal hyper-individueel. Wat Anouk zei, vind ik een vorm van verantwoordelijkheid nemen. Dat je niet het verhaal gaat ophangen van ‘hoe ik het allemaal goed heb gedaan en hoe ik het allemaal wél red’. Bijna iedereen werkt heel hard. Toch zijn er te veel mensen die het niet halen.”

Ze wil de wereld veranderen. Het systeem veranderen. Het boek dat ze onlangs publiceerde, Zelfverwoestingsboek heet het, heeft als ondertitel: Waarom we meer moeten stinken, drinken, bloeden, branden & dansen. Hoofdstuk na hoofdstuk legt ze uit wat ze bedoelt. Ze bedoelt zoiets als: leef! Wees vrij! Laat je niet steeds op de kop zitten door de wereld die zegt dat alles wat niet goed gaat aan jou ligt.

Een pamflet noemt ze het zelf, maar het is wel meer dan dat.

„Het is een aanklacht tegen de wereld waarin we leven. Ik kwam erachter dat wat ik had geschreven eigenlijk steeds op hetzelfde neer kwam. Dus dit is echt wat ik vind: jij bent niet het probleem, dat is de wereld. En het verdwijnen van de menselijke maat.”

Ogenschijnlijk is er veel aandacht voor die menselijke maat. Het is erg in de mode om goed voor jezelf te zorgen, om aan mindfulness en yoga te doen, naar je lichaam te luisteren enzovoort. Maar dat bevalt Donner al evenmin, al vindt ze zelf yoga ook prettig. Ze noemt al die zelfzorg een andere vorm van ‘regels’. „Jij moet leren relaxen, als je een burnout krijgt dan heb jij je grenzen niet goed aangegeven. Het gaat zelden over de werkdruk die mensen ervaren. Dan krijg je weer van die adviezen als ‘zet je telefoon eens uit’. Maar wat als je afhankelijk bent van opdrachtgevers die anders naar de volgende gaan? Die zelfhulpboeken richten zich altijd heel erg op jou, en ik wilde dat omdraaien, ik wilde zeggen: het ligt niet aan jou, het ligt aan de wereld en ik wilde die wereld beschrijven, hoe we allemaal klein en ongelukkig gehouden worden.”

En dus moeten we meer stinken en drinken en dansen.

„Mijn adviezen zijn eigenlijk ondermijningen van het systeem. Ik wilde niet in de val trappen dat ìk dan ga zeggen wat je moet. Ik wilde laten zien hoe tijd verdoen, drinken bijvoorbeeld, of je niet aan het perfecte lichaam-ideaal houden, stinken dus, hoe dat een ondermijning is. Ik wil niet dat iedereen alcoholist wordt. Het is eigenlijk een bewustwordingsboek. Kijk hoe we allemaal geconditioneerd worden om de beste versie van onszelf te worden, hard te werken, op school braaf te zijn, bij de les te blijven…”

Dat heeft de wereld natuurlijk altijd van de mens gevraagd.

„Maar die norm is wel steeds strikter geworden. Als je nu naar studenten kijkt, die mogen maar vijf jaar over hun studie doen, ze hebben vaak een superindrukwekkend cv, doen er nog vrijwilligerswerk bij – in mijn tijd waren dat echt de uitzonderingen. Je moet investeren in later, altijd maar later, later, later. 

„En als je kijkt naar de beelden die ons overspoelen, allemaal volmaakte lichamen, de sterren zijn met botox ingespoten. De norm is nu wel erg op perfectie gericht.”

Denkt u dat de mensen dat ook echt internaliseren?

„Niet allemaal natuurlijk, maar iedereen voelt wel die druk. Het zijn zó veel factoren. Ook de huizen zijn veel duurder geworden, dus je moet harder werken wil je een woning kunnen kopen. Als je nu niet mee kunt komen ben je een loser en ligt het aan jou. Vroeger, en zeker in de jaren zestig, werd de afwijking gevierd, degenen die buiten het systeem stonden. Dat kan nu helemaal niet meer.”

De burgerlijke wereld wees die mensen toen ook af. Langharig werkschuw tuig.

„Maar ze werden veel meer gevierd in de kunsten. Die hele generatie van kunstenaars van toen die zat echt veel in de kroeg, echt héél veel. Nu kunnen kunstenaars geen tijd verdoen, als je alleen al 1.000 euro moet verdienen om de huur te kunnen betalen… Zo krijg je ook andere kunstvormen.”

Minder eigenaardige vormen bedoelt u?

„Meer bevestiging van de status quo. Persoonlijk mis ik die afwijkingen. Ik had het er laatst met een vriendin over dat we vroeger over straat liepen en dan Herman Brood tegenkwamen op zijn blote voeten, schreeuwend, of dat het levende kunstwerk Fabiola over straat liep, en we vroegen ons af: waar zijn zulke mensen gebleven? De straten zijn ook allemaal veel schoner, de rafelranden verdwijnen, kraken is verboden, het Bungehuis is een zogenaamd ‘SoHo House’ geworden, dat heet dan voor de kunsten te zijn, maar het zijn succesvolle reclamemensen die daar rondhangen.

Lees ook: Zelfzorg is geen afwijzing van plezier

„Depressie is wereldwijd volksziekte nummer één geworden. Dat moet beter kunnen. En als je naar de aarde kijkt – eigenlijk is iedereen en alles uitgeput, de aarde, de dieren, de mensen. Dat is het systeem waarin we leven.”

En dat systeem is het kapitalistische systeem.

„Waar alles altijd gericht is op hoe je meer en beter kunt en moet zijn. Dat geldt voor jezelf en voor de economie. Mijn boek is een poging om een spaak in het wiel te steken.”

U schrijft dat het geen systeem is waar je ook uit kunt stappen.

„Nee dat is het briljante. Door die huizenprijzen bijvoorbeeld kun je moeilijk zeggen: ik doe er gewoon niet aan mee.”

Je kunt ook denken: ik hoef niet in Amsterdam te wonen.

„Ja, maar dat vind ik dan heel jammer voor Amsterdam. Want dan krijg je een stad waar alleen maar rijke, succesvolle mensen kunnen wonen. ”

Als je ergens anders gaat wonen dan zwicht je?

„Nee, ik bedoel gewoon: wat nou als je wel in de stad wilt wonen? Als je vrienden daar wonen en je werkt daar, maar je moet daar weg. Dan krijgen we niet een betere, leukere stad. Dat is al aan het gebeuren…”

U wilt vooral de menselijkheid behouden.

„Ja, ik vraag me af: wat maakt ons menselijk? En dan kom ik uiteindelijk tot de conclusie: falen. Gewoon omdat we uiteindelijk in alles falen: je gaat dood, de communicatie is nooit zoals je had gehoopt, je wordt altijd verkeerd begrepen, je maakt fouten. Dat is lastig, maar daar zit ook schoonheid in en waarde, dat niet alles makkelijk te verteren is. Nu moet een fout meteen een les zijn om het de volgende keer beter te doen, dan moet je weer positief denken. De mensen moeten niet zo streng zijn voor zichzelf en voor elkaar. In een systeem dat ook niet zo streng is.”

Lees ook: Maak toch lekker fouten, raden de nieuwe zelfhulpboeken aan

Falen is toch nooit toegejuicht? 

„Het gaat om hoeveel ruimte je daarvoor krijgt. Nu hoeft iemand maar één verkeerd woord te gebruiken op Twitter en zijn of haar leven is weg, die wordt ontslagen. De wereld waarin we nu leven is er een waarin fouten genadeloos worden afgestraft. Vooral bij gewone mensen, niet bij politici of machthebbers natuurlijk.”

Waarom lopen mensen dan achter zulke evident feilbare machthebbers aan?

„Nou, ik vind dat weer een voorbeeld van dat we het probleem altijd bij onszelf leggen. Er wordt ons steeds ingepeperd: een betere wereld begint bij jezelf, jij moet je vuilnis scheiden, jij moet geen plastic gebruiken. Je hebt nu mensen die heel boos worden op iemand die met het vliegtuig gaat, terwijl dat er zó niet toe doet als een miljard Chinezen almaar meer gaan vliegen en Schiphol uitbreidt. Ik vind dat een beetje klein denken.”

Het is steeds het individu dat zich moet aanpassen.

„Ik wil het individu bevrijden.”

U heeft het in uw boek ook over de onkenbaarheid van de mens, voor anderen en voor zichzelf.

„Mensen zijn het leven steeds meer tegemoet gaan treden als een schoonmaker. Je huid moet glad en glanzend zijn, de steden moeten schoon en ook: de ziel moet schoon. Er wordt een zoeklicht op het onbewuste gezet. Dat zie je ook in het racisme-debat: eigenlijk ben je een racist maar je weet het zelf nog niet en dan moet je dat onderzoeken en daarmee in het reine komen en zo een beter mens worden. Het is een onmogelijke taak.”

Want we kunnen onszelf niet kennen.

„Nee. Het gaat tegenwoordig vaak over je ware ik, of het vinden van je innerlijke kind, of je kern laten stralen etcetera, alsof je maar één persoon bent met een set op elkaar afgestemde eigenschappen. Daar geloof ik niet in. Ik denk, zoals ik ook in mijn boek beschrijf, dat iedereen heel veel verschillende kanten en tegenstrijdigheden heeft, en dat die kern dus niet bestaat. Als je wél in zo’n ware ik gelooft, dan valt die dus ook te verbeteren en te optimaliseren. Dat is het idee waar de zelfhulpindustrie zich mee voedt: ‘word eindelijk echt jezelf’. Maar dat echte zelf bestaat niet, er is geen kern. Als je het zo bekijkt, is het ook minder erg om slechte kanten te hebben of te falen. Dat doet niks af aan je goede kanten, dus dan hoef je ook minder schaamte- en schuldgevoelens te hebben. 

„En ik vind het ook mooi, de dingen die je niet weet, de manier waarop je jezelf kunt verrassen.”

Dat kan ook tegenvallen.

„Zeker. Maar nu praten mensen zo van: ik heb moeite met relaties, ik heb bindingsangst, dat komt dan door vroeger en dat moet worden opgelost. Maar het is helemaal niet erg om bindingsangst te hebben! Dan stoot je je partner maar de hele tijd af. Het leven is rommelig, de liefde is rommelig. De mens is helemaal niet kenbaar, al proberen we onszelf de hele tijd in grafieken te vangen, dat is gewoon weer zo’n manier om ons allemaal als stipjes op een scherm te zetten. Al dat geloof in algoritmes die ons zouden kennen…” 

‘Facebook kent je beter dan je moeder’.

„Mensen geloven dat dan. Misschien is dat ook wel een verlangen, dat je hoopt gekend te worden.”

Lees ook: Etaleer je falen toch niet zo

Heeft u geen last van schuld en schaamte?

„Vroeger schaamde ik me voor heel veel dingen maar dat heb ik niet meer. 

„Laatst moest ik een Brainwash-talk houden, 13 minuten uit mijn hoofd, en dat ging echt héél slecht, ik was wel 5 keer mijn tekst vergeten. Toen had ik kunnen denken: ‘Oh had ik maar meer geoefend of was ik maar eerder begonnen met oefenen’. Maar nee. Want als ik eerder was begonnen had ik ook langer stress gehad, dus dit is het me blijkbaar waard. Ik geef er een draai aan, bijvoorbeeld: het past wel bij het verhaal, want het ging over falen. Ik bedoel niet: je moet positief denken, maar ik ben gewoon vergevingsgezind naar mezelf. Beter als je het goed had gedaan, maar het geeft niet.” 

Het gaat dus eigenlijk over prioriteiten stellen. 

„Ja. En je zou liefst niet alleen zo tegenover jezelf moeten staan, maar ook tegenover anderen, dat je daar dan weer niet op los gaat. De energie die overblijft kun je richten op het bestrijden van systematisch onrecht. Dan zouden we toch allemaal net iets gelukkiger zijn.”

Geraakt door een troosteloos meisje

Ik ben een kindervriend. Mijn ernstig verkreukelde kop en weke, waterige ogen werken als een magneet op jong grut. Peuters herkennen in mij de seniele snotaap en hangen om de haverklap om mijn nek.

Vooral meisjes. Daar moet je in deze tijd mee oppassen. Voor je het weet sta je te boek als een liederlijke viespeuk met een computer vol kinderporno. Eigenlijk te bizar voor woorden. Daar gaat mijn spontaniteit, ik kon nog weleens de clown uithangen voor kinderen.

Daar ben ik dus mee gestopt. Sterker nog, ik behandel kleuters nu als kleine volwassenen, wat ze overigens ook leuk vinden. De lach blijft namelijk aan mijn kont hangen. “Nog wat verdiend vandaag, kerel? Lekker onder de balen gelopen? Hoe is het met moeder de vrouw?” vraag ik een zesjarig boendertje. Zo’n kreng wordt gelijk uit zijn comfortzone gerukt en geeft een briljant antwoord als hij geneigd is om op te kijken van zijn iPad. Lachen!

“Ik heb helemaal niks met dat gekweel boven een kinderwagen, waar vrouwen zich vaak schuldig aan maken. Die beginnen wild met het hoofd te knikken, waarbij hun valse kronen bijna naar beneden kletteren en roepen dan met zo’n falsetstem: “Hoe issie dan met m’n meissiebeisie? Ben jij mijn lieve poepieloepie, ja? Ja?”Ik zou die vrouwen graag ter plekke met een vuistbijl bewerken.

Vind je het gek dat kinderen al jong trauma’s oplopen? Je ziet die zuigelingen ook gaan twijfelen aan de verstandelijke vermogens van zo’n knikkebollende idioot.

Ik wacht op de dag dat zo’n peutertje geïrriteerd roept: “Lul normaal, mafkees! Sodemieter op met dat kindse geleuter.” Ik kan daarentegen wel smullen van rubrieken in kranten die kinderen aan het woord laten, zoals in de Volkskrant onder het kopje: ‘Dit ben ik.

Fajah Opschoor: ‘Ik teken vaak poesjes, of een duikboot met daarnaast haaien met een kroontje.’
Beeld Adriaan van der Ploeg

Portret van een kind in haar slaapkamer.'”Ze zit op bed en haar voetjes steken in roze pantoffels in de vorm van een konijn. Ook haar ledikant en haar speelgoedkist zijn roze.”Zo is daar Fajah Opschoor (7). Op de foto zien we een vrolijk meisje met hoogblonde hangende staartjes. Ze is aan het wisselen en in haar bovengebit is een krater gevallen. Ze zit op bed en haar voetjes steken in roze pantoffels in de vorm van een konijn. Ook haar ledikant en haar speelgoedkist zijn roze.

Op de vraag ‘heb je huisdieren?’ zegt ze: “Ja, ik heb zeven vissen. Ze heten Snoepie, Kiki, Woezel, Pip, Cleo, Nemo en Ernie. Het zijn guppy’s.”Gouwe quote natuurlijk.

Als verslaggever ga je dan niet doorvragen hoe zij Snoepie cum suis uit elkaar houdt, dat is lullig. “Ja, Pip heeft staar, die klettert constant tegen Woezel op. Cleo heeft last van constipatie en Kiki heeft kapsones, da’s echt een prinsesje. Ernie is een einzelgänger.”Flauwekul natuurlijk. Op de vraag ‘wie zou je een dagje willen zijn?’ antwoordt Fajah: “Iemand die heel rijk is. Dan zou ik heel veel konijnen kopen, want dat zijn mijn lievelingsdieren.” Om op te vreten…

“Uit de speakers in mijn warme woonkamer hoor ik het zachte gezoem van de saxofoon van jazzlegende Sonny Rollins.

“Maar waarom dat geneuzel over kinderen? Dat komt doordat ik werd geraakt door een televisiebeeld van een troosteloos meisje op de puinhopen van haar plat gebombardeerde huis in Idlib in Syrië.

Ze is graatmager en ongeveer vijf jaar oud. Haar verwilderde haar staat stijf van het vuil. Met gitzwarte, holle ogen staart ze diepdroevig naar de camera die langzaam inzoomt. Opeens trekt een machteloze traan een groezelig spoor in het stof op haar gezichtje.

Haar leven ligt letterlijk in puin.

Het beeld vormt een krankzinnig contrast met Fajahs onbezorgde konijnenwereldje op haar zolderkamer in Nieuwerkerk aan den IJssel.

Uit de speakers in mijn warme woonkamer hoor ik het zachte gezoem van de saxofoon van jazzlegende Sonny Rollins. Hij speelt een tranentrekkend mooie versie van ‘God bless the Child’. Veel wateriger kunnen mijn ogen niet meer worden.

Jaap van Deurzen@jaapvandeurzen

Jaap van Deurzen is verslaggever voor RTL Nieuws, geplaatst op 23 februari RTL nieuws

ZIN VAN HET LEVEN OUD-MINISTER EN SOEFI JOHAN WITTEVEEN ‘Denken is oppervlakkig, voelen brengt je naar je ziel’

‘Pas na de dood krijg je inzicht in allerlei aspecten van je leven en hoe dat is verlopen.’ Soefi Johan Witteveen neemt Fokke Obbema mee op een reis door dimensies.

Fokke Obbema

22 april 2019, 18:09Op de sofa in zijn Wassenaarse villa met uitzicht over weilanden geniet hij van de aanblik van een ganzen­familie. ‘Kijk, twee volwassenen en vijf kinderen’, merkt hij verheugd op, midden in het gesprek. Dagelijks volgt hij wat er mondiaal op politiek en economisch vlak gebeurt, daartoe leest hij de NRC en The New York Times: ‘Een mooie combinatie.’ Een wandeling van een kwartiertje rond zijn huis lukt hem nog. Ook kijkt hij uit naar juni, wanneer een twaalfdaagse cruise rond IJsland in zijn agenda staat. De secretaresse van zijn zoon zal hem begeleiden.Op 97-jarige leeftijd heeft Johannes Witteveen vrijwel alle leden overleefd van de twee naoorlogse kabinetten waar hij als VVD-minister van Financiën deel van uitmaakte. Op de maandelijkse lunch van het kabinet-De Jong (1967-1971) zijn nog maar twee andere deelnemers, allebei jonger dan hij. Na zijn ministerschappen volgde zijn mooiste baan: topman van het IMF in Washington (1973-1978). Tot besluit van zijn loopbaan vervulde hij een groot aantal commissariaten.Witteveen is in zijn lange leven altijd méér dan politicus en econoom geweest. Zijn ouders behoorden tot de eerste generatie van de soefibeweging, die na de Eerste Wereldoorlog werd opgericht door Inayat Khan. Die Indiase mysticus droeg het ‘universeel soefisme’ uit. Dat is gericht op het verbinden van oosterse en westerse religies, die, constateerde Khan, een geloof in de goddelijke geest, liefde, schoonheid, harmonie en geestelijke vrijheid delen. Het soefisme wil verbinden, maar schuwt het overtuigen van anderen – andere religieuze opvattingen dienen altijd te worden gerespecteerd.Witteveen maakte deel uit van het hoogste soefibestuur en ging tot voor kort voor in ceremonieën in de tempel in Katwijk. Zijn vrouw maakte eveneens deel uit van de beweging. ‘Zij heeft als 6-jarige Inayat Khan nog persoonlijk ontmoet’, zegt hij, met ontzag in zijn stem. Zij overleed in 2006. Ook twee kinderen leven niet meer, onder wie zoon Willem, hoog­leraar en PvdA-senator. Hij kwam met zijn vrouw en dochter om bij de aanslag op vlucht MH17.

Wat is de zin van ons leven?

‘Ik ben geneigd de mensheid te zien als het hoogtepunt van de hele schepping. Daarin probeert een goddelijke geest zich steeds meer uit te drukken. Een mooie soefi-uitspraak daarover luidt: ‘De goddelijke geest slaapt in de rotsen, ontwaakt in de planten, begint zich bewust te worden in de dieren en komt tot het hoogste bewustzijn in de mens.’ De zin van ons leven is dus om een bewustzijn van dat goddelijke te ontwikkelen. Voortdurend ons bewust zijn dat we in die prachtige schepping verkeren en beseffen dat daarin een goddelijke geest werkt, dat is de zin. Die geest kunnen we herkennen aan alle schoonheid, die vormt de uitdrukking ervan. Als mens kun je zelf ook iets van die schoonheid uitdrukken.’

Heeft de mensheid in de 97 jaar van uw leven in dat opzicht vooruitgang geboekt?

‘De vooruitgang kunnen we vooral zien bij die mensen die werkelijk tot dit bewustzijn zijn gekomen. Ik denk dan aan de boodschappers die religies hebben gesticht. Die hebben niet alleen een schitterende visie van de goddelijke geest weten te geven, maar hebben die ook voorgeleefd, waardoor ze veel mensen hebben weten te trekken. Ik denk dan aan iemand als Inayat Khan, die de soefi-beweging heeft gesticht en die zeer inspirerend was. Ik heb hem niet gekend, maar wel zijn broers. In hen heb ik veel van de goddelijke geest gezien. Maar bij alle religies komen heilige mensen voor, in allerlei gradaties.’

Heeft u ooit aan die goddelijke geest getwijfeld?

‘Dat doet iedereen wel, denk ik. Maar ik ben dankzij mijn ouders al vroeg door het soefisme aangeraakt. Op mijn 18de werd ik al ingewijd in de innerlijke school van de beweging. Dat vereiste veel gebed en meditatie. Dus toen ik in 1940 ging studeren, was ik er volop mee bezig. Ik heb niet die twijfels gekend die veel medestudenten toen hadden. Ik heb veel met christelijke studenten gesproken. Maar als soefi wil je nooit iets weg­nemen van iemands geloof, dat moet je koesteren.’

Wat spreekt u zo aan in het soefisme?

‘Niet alleen de visie op het leven zelf, maar ook op het leven na de dood. Dat vond ik overtuigend. Als je hier sterft, begint er een nieuwe fase. Het lichaam laat je achter, de ziel leeft voort met zijn geheugen en al zijn ervaringen. Hij gaat dan verder met de opdracht het goddelijke uit te drukken en uiteindelijk kom je tot eenheid met de goddelijke geest. Dat heb ik altijd een prachtig beeld gevonden. Ik heb dat meegekregen uit de gesprekken die mijn ouders voerden met hun soefi-vrienden.’

Waarom vindt u dat beeld overtuigend?

‘Waar komen we vandaan en waar gaan we heen? Dat zijn de fundamentele vragen waarop een mens antwoord wil. Inayat Khan heeft daar zeer heldere en positieve antwoorden op geformuleerd. Veel mensen in deze tijd hebben dat geloof helemaal niet. Die denken dat er niets is. Of ze denken er helemaal niet over na. Dat heb ik altijd erg onbevredigend gevonden.’

Veel natuurwetenschappers zien het ontstaan van leven als een toevallige samenloop.

‘Ja, buitengewoon onbevredigend, vindt u niet? Achter die visie schuilt ook een geloof, namelijk dat het uitsluitend gaat om wat we materieel kunnen zien en verklaren. Maar er is ook zoiets als de geest. Alleen wordt die buiten de verklaringen gehouden, omdat die ontastbaar is. Maar dat betekent niet dat hij geen rol speelt.‘Voor die wetenschappers is het ontstaan van de aarde toeval, maar voor mij bestaat dat niet. Wanneer over toeval wordt gesproken, is dat voor mij een indicatie dat een andere macht aan het werk is, namelijk die ene, almachtige geest. Die sluit ieder toeval uit. Hij ziet gevolgen die wij niet kunnen zien. Die ene geest werkt ook in ons, iedereen heeft een roeping die je moet zien te volgen. In mijn leven kan ik dat duidelijk zien.’

Waar denkt u dan aan?

‘Waarom ben ik in 1973 managing-­director van het IMF geworden? In eerste instantie reageerde ik daar afhoudend op. Kort daarna kreeg ik een uitnodiging die ik nooit eerder had gekregen, namelijk voor een economische conferentie in Washington. Toen ben ik op bezoek gegaan bij het IMF en ben ik het als een geweldige kans gaan zien. Dat ik die uitnodiging kreeg, was voor mij geen toeval. Er werd op dat moment leiding aan mijn leven gegeven.’

Hoe ziet u in dat licht een andere grote gebeurtenis in uw leven, het omkomen van uw zoon Willem?

‘Ik heb dat vanaf het begin opgevat als iets dat ik moest accepteren, opdat het zijn zin zou hebben. Dat heeft mij goed gedaan. Ik heb het aanvaard, het was iets waar ik verder toch niets meer aan kon doen en ik ben verder gegaan met mijn leven. Ik zie het als iets dat belangrijk is voor de relatie die je tot die ene geest hebt. Die leer je ook dan als leidend te accepteren. Gebeurtenissen die pijnlijk en onaangenaam zijn, kunnen toch hun zin hebben.’

Welke zin ziet u in dit geval?

‘Dat is niet iets waar wij achter kunnen komen. We zien altijd maar een klein stukje van het geheel. Ik weet alleen dat vlak voordat Willem op het vliegtuig stapte, hij net een manuscript bij zijn uitgever had ingeleverd. Dat was afgerond, dat is mooi. (stilte) Blijkbaar was het voor hem toch zijn tijd, al kunnen we niet doorgronden waarom dat zo moest zijn. Ik ben ervan overtuigd dat hij leeft in die andere wereld die we na de dood betreden.’

Waarom krijgen we geen zicht op het grotere geheel?

‘Dat zou niet goed zijn, dan zou het helemaal in de war raken. Nee, zo werkt het niet. Pas na de dood krijg je inzicht in allerlei aspecten van je leven en hoe dat is verlopen. Die brengen je weer een stap verder. Je wordt dan beoordeeld ‘vanuit je eigen hart’, zoals Inayat Khan zegt. Dus niet door een hogere autoriteit, nee, je gaat zelf zeggen: ‘Dat was niet goed, dat was wel goed’.’

LEESTIP

‘De eeuwige wijsheid van Aldous Huxley. Midden in de Tweede Wereldoorlog ging de Brit Huxley op zoek naar wat de grootste gemene deler is van religies. In dit boek put hij uit een grote variëteit aan oosterse en westerse bronnen. Huxley was geen soefist, maar dit werk sluit helemaal aan bij het soefisme. Een boek gericht op het willen begrijpen waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren.’

Doet u dat niet nu ook al?

‘Ik kan dat nu nog niet zeggen, want ik probeer ook nog zaken goed te krijgen, met name soefi-activiteiten. (stilte) Er zijn wel enkele zaken waar ik spijt van heb. Ik heb bepaalde belangrijke ontwikkelingen in de leiding van de beweging niet goed gedaan. Mijn vriendelijke aard heeft enkele keren de overhand gekregen, waardoor ik sommigen te veel ruimte heb gegeven. Daar ga ik verder niet over uitweiden. Ik probeer dat nog te herstellen.’

Ziet u een toekomst voor religies?

‘Ik denk dat godsdiensten zich meer op de mystiek moeten richten. Mensen hebben geen behoefte aan dogma’s. Wat hen wel raakt, is beleving. Daar ligt de eenheid van religieuze idealen, in de beleving van het goddelijke. Met ons denken willen we dat helder krijgen, maar dat werkt niet, dan raak je de goddelijke geest juist kwijt. (lacht) Denken is oppervlakkig. Voelen gaat veel dieper, dat dringt door tot in je ziel. En dat is het ware leven.’

Tot je ziel doordringen geeft het leven zin?

‘Je moet je van hem bewust worden, want dat is het goddelijke in ons. Juist wanneer je even niet actief bent met je verstand, lukt dat soms. Dat ik hier zit op een prachtige ochtend, terwijl de zon schijnt, dan voel ik de schoonheid van die goddelijke geest. Dat is armzalig in woorden uitgedrukt, maar ik voel dat diep. Dat contact moeten we voortdurend pogen te vinden. Alleen is dat moeilijk. Zoals je oog van alles kan zien, behalve je oog zelf, zo is dat met je ziel.’

Ziet u uit naar de dood?

‘Nee hoor, ik vind het leven nog interessant, ik heb er geen haast mee. Ik leef zolang het nodig is. Zolang ik nog een taak voor mezelf zie.’

U komt na uw dood wel uw geliefden weer tegen – uw vrouw, uw zonen.

‘Jawel, maar ik weet toch niet precies hoe dat zal zijn. En wat hier is, dat weet ik wel. Dat vind ik het moeilijke eraan. Ik heb er vertrouwen in dat het mooi zal zijn. Maar het kan best nog even wachten.’ 

DE ZIN VAN HET LEVEN

Na een hartstilstand, die hem tussen dood en leven deed zweven, gaat Fokke Obbema op zoek naar antwoorden op die aloude vraag: waartoe zijn wij op aarde? In een serie interviews gaat hij daarover het gesprek aan met mensen met zeer diverse beroepen en achtergronden. 

Tips

Ken jezelf. Er zijn veel leuke tools die je hiermee kunnen helpen, zoals je ‘Business Model You’.

What makes you tick? Weet waar je energie vandaan komt. “Doe wat je leuk vindt, dan hoef je nooit meer te werken”.

Blijven leren. Werk voortdurend aan je vakmanschap. Wat je vandaag doet, kan morgen iets anders zijn en door te blijven leren ben je hier op voorbereid.

Netwerken is belangrijker dan ooit. En daar hoef je echt geen smooth talker voor te zijn. Maak contact. Lokaal, binnen je organisatie, online. Kies wat werkt voor jou, maar beweeg je binnen je community. Zorg dat jij mensen kent en mensen jou kennen.

Waarom praten slechts deels helpt bij het verwerken van trauma’s

Na een traumatische gebeurtenis kan het lichaam in een vecht- of vluchtstand blijven staan. Praten is dan vaak de standaard behandelmethode. Maar werkt dat wel? Volgens traumadeskundige Bessel van der Kolk is een lichaamsgerichte aanpak effectiever. ‘De geestelijke gezondheidszorg staat op een keerpunt.’

Illustratie Nina Limarev / Shop Around

Op een dag werd de driejarige Bessel van der Kolk door zijn vader in de kelder opgesloten omdat hij iets ‘fout’ had gedaan. Zijn vader kon vaker ‘zomaar’ uitbarsten in enorme woede. Later ontdekte Van der Kolk dat zijn vader in de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp had gezeten en daardoor zeer getraumatiseerd was. Net als zijn oom, die in een Jappenkamp had gezeten.

Van der Kolks ervaringen hielpen hem zich in te leven in mensen die afschuwelijke dingen meemaken: verkrachtingen en mishandelingen of het meemaken van heftig geweld, zoals een oorlogscorrespondent die een maat uiteen ziet spatten.

Op zijn achttiende besloot Bessel van der Kolk Den Haag te verruilen voor Hawaii, op uitnodiging van een daar woonachtige oom. In de Verenigde Staten studeerde Van der Kolk medicijnen en psychiatrie. In 1982 richtte hij het Trauma Center op, als onderdeel van de Harvard Medical School. In 2016 verscheen zijn boek Traumasporen waarin hij veertig jaar onderzoek naar het thema samenvat. Het boek is in 23 talen vertaald en er zijn drie miljoen exemplaren van verkocht.

Onlangs was hij in Nederland waar hij sprak voor een zaal met ruim zevenhonderd reguliere ggz-psychologen en lichaamsgericht werkende hulpverleners. Een jongensachtige man met een grijze haardos en dito baard, die je makkelijk tien jaar jonger schat. Vanwege de overweldigende belangstelling moest er kort van tevoren een extra zaal met een scherm worden geregeld.

trauma

HET RAADSEL VAN PSYCHISCHE TRAUMA’S

Van der Kolks ontdekkingstocht naar het raadsel van psychische trauma’s en het geringe succes met de behandeling daarvan begon toen hij 35 was en net begonnen als psychiater in Boston’s Veterans Administration Clinic, de veteranenkliniek van Boston. Het was eind jaren zeventig. Een soldaat wiens vader in Bastogne had gevochten en die zelf een Vietnam-veteraan was, meldde zich. De man was van huis weggevlucht om zijn gezin zijn vreselijke woedeaanvallen te besparen. Van der Kolk: ‘Ik herkende veel van wat hij vertelde en zag dezelfde soort gebaren als bij mijn vader en oom.’

‘Hun lichaam was gegijzeld door de overweldigende gebeurtenis die ze hadden meegemaakt. Dat zag je aan hun verkrampte houding.’

Tijdens zijn studie was Van der Kolk de manier waarop een trauma het lichaam koloniseert al tegengekomen. ‘Ik kende de foto’s van mishandelde vrouwen van honderdvijftig jaar geleden van de Franse neuroloog Charcot in Parijs. Hun lichaam was gegijzeld door de overweldigende gebeurtenis die ze hadden meegemaakt. Dat zag je aan hun verkrampte houding. Dat was ook toen al bekend in de psychiatrie.’

In die tijd begonnen psychofarmaca hun opmars in de geestelijke gezondheidszorg. ‘Ik deed in Amerika de eerste studies van Prozac voor PTSD. Het was niet slecht, maar genezen konden psychofarmaca niet. Al slagen pillen als Prozac er wel in patiënten ongevoeliger maken.’

De Vietnam-veteraan ging met een pillenstrip tegen nachtmerries naar huis. Toen de man twee weken later terugkwam, bleek hij geen enkele pil te hebben genomen ‘Ik moet een levende herinnering zijn voor mijn vrienden die in Vietnam zijn gestorven,’ zei hij. Hun dood zou anders voor niets zijn geweest, vond hij. Zijn nachtmerries onderdrukken, zou betekenen dat hij zijn vrienden in de steek liet.

De veteraan was voor Van der Kolk het begin van zijn zoektocht naar het mysterie trauma en de vraag: waarom houdt een trauma mensen gevangen op een plek die ze juist wanhopig willen ontvluchten?

SLECHT KIND

Een psychotrauma komt voor na een overweldigende ervaring, bijvoorbeeld mishandeling, misbruik of een ernstig ongeluk. ‘Naar schatting zeventig procent van de mensen in de westerse wereld heeft ooit een traumatische ervaring meegemaakt,’ zegt Van der Kolk. Als hij de Nederlandse cijfers hoort van het ministerie van Volksgezondheid – een op de dertien – trekt hij een ongelovig gezicht. ‘Dat lijkt me heel erg laag.’

Traumapatiënten zoeken, zo stelt hij, vaak hulp voor symptomen als slapeloosheid, controleverlies, woede-uitbarstingen, onvermogen liefde te voelen, concentratiestoornissen, leermoeilijkheden, depressie en angsten. Die worden niet altijd herkend als gevolgen van een traumatische bron. Meer dan de helft van de mensen die psychiatrische hulp zoeken, zijn ooit mishandeld, verlaten, verwaarloosd, als kind verkracht of getuige geweest van geweld binnen het gezin.

Meer dan de helft van de mensen die psychiatrische hulp zoeken, zijn ooit mishandeld, verlaten, verwaarloosd, als kind verkracht of getuige geweest van geweld.

Vooral vroegkinderlijke trauma’s hebben vaak levenslange gevolgen. Het kinderlijke brein verdedigt zich tegen geweld of een andere overweldigende ervaring door zich bijvoorbeeld te dissociëren van zijn lichaam. Die strategie maakt dat getraumatiseerde mensen vaak zeggen dat ze weinig voelen en zichzelf verachten. Alles is beter dan onder ogen zien dat bijvoorbeeld een ouder zich als een monster kan gedragen. Van der Kolk: ‘Een kind van vier dat geslagen wordt, denkt niet: ik ben een lief kind en dit is een gestoorde volwassene. Zo’n kind denkt: ik ben een slecht kind. Daarom word ik geslagen.’

In Nederland werd in 2010 – het meest recente cijfer volgens een nationale studie van de Leidse Universiteit – drie procent van alle kinderen blootgesteld aan fysieke of emotionele mishandeling, verwaarlozing en/of seksueel misbruik.

TRAUMA VERANDERT HET BREIN

Met de opname in 1980 van de term posttraumatische stressstoornis in het handboek van de Amerikaanse beroepsvereniging van Psychiatrie (APA) begon er een explosie aan trauma-onderzoek. Van der Kolk stapte in die jaren over van de veteranenkliniek naar het Massachusetts Mental Health Center, een academisch ziekenhuis van Harvard University. Hij luisterde er naar de verhalen over geweld en misbruik van zijn angstige en depressieve patiënten en realiseerde zich: voor veel mensen begint de oorlog thuis. Of zoals hij het in Traumasporen omschrijft: voor elke militair die in een overzees oorlogsgebied dient, zijn er dertig kinderen die gevaar lopen in hun eigen huis.

De opkomst vanaf de jaren negentig van de neurologie, ontwikkelingspsychopathologie en de interpersoonlijke neurobiologie betekenden een doorbraak in de kennis van de werking van het brein.

Trauma verandert het brein, niet alleen op korte maar ook op lange termijn. Van der Kolk: ‘Een trauma betekent niet zomaar dat je een slechte herinnering hebt. Trauma verandert hoe je de wereld ervaart en waarneemt: getraumatiseerde mensen zien overal gevaar of ze zien niets en voelen zich als zombies.’

‘Trauma verandert hoe je de wereld ervaart en waarneemt: getraumatiseerde mensen zien overal gevaar of ze zien niets en voelen zich als zombies.’

Ook Van der Kolk deed onderzoek. ‘We voerden het eerste onderzoek uit naar wat zich afspeelt in het brein van getraumatiseerde mensen.’ Daarin werd duidelijk dat het brein dat deel is van het limbische systeem bij trauma reageert met vluchten of vechten. Het taalcentrum – het gebied van Broca in de frontale hersenkwab – sluit zich daarnaast bij heftige ervaringen af. Gevolg: voor hun trauma kunnen slachtoffers vaak moeilijk taal vinden.

Praten over trauma – de dominante aanpak die studenten psychologie sinds het begin van de negentiende eeuw aangeleerd krijgen – helpt dan ook maar deels, stelt Van der Kolk. Want praten kalmeert het lichaam doorgaans niet, terwijl een getraumatiseerd iemand juist daar behoefte aan heeft. ‘Praten over trauma heeft bovendien als nadeel dat het lichaam de traumatische gebeurtenis herbeleeft,’ zegt Van der Kolk.

Zinloos is praten niet, vindt hij niettemin. ‘Het nuttige aan bijvoorbeeld een cognitieve gedragstherapie is dat het je helpt begrijpen: dit is er gebeurd met mij. Maar begrijpen waarom je iets voelt verandert weinig aan hoe je je voelt.’

trauma

HUN LIJF WORDT HULPELOOS

Van der Kolks waarnemingen en klinische ervaringen brachten hem op het spoor van een andere aanpak. ‘Ik ontmoette voortdurend mensen die trauma behandelden door het lichaam te kalmeren. Bodyworkers die met ademhalingsoefeningen en aanrakingen verlichting konden geven. Mensen die begrepen dat het lichaam vastzit tijdens trauma en niet meer bewegen kan. Hun lijf wordt hulpeloos.’ Hulpeloosheid behandel je zoals je dat doet met kinderen. ‘Zoals je je eigen baby’s kalmeert: met vasthouden, zingen, wiegen en spelen.’

Van der Kolks echtgenote is ook een bodyworker. Veel van de therapieën die hij zijn patiënten aanraadt en waarvan onderzoek uitwees dat ze effectief zijn, heeft hij bovendien in zijn laboratorium bestudeerd en zelf geprobeerd: yoga, EMDR, neurofeedback en MDMA (ecstacy).

Veel dingen kunnen mensen zelf doen voor elkaar en voor zichzelf. Toen Invictus-speler Paul Guest onlangs in paniek raakte omdat een overvliegende helikopter hem terugbracht naar zijn traumatische ervaringen als landmijnspecialist in Noord-Ierland, werd hij omhelsd door de Nederlandse Bosnië-veteraan Edwin Vermetten tot hij weer kon sporten.

‘Iemand vasthouden is een van de meest natuurlijke reacties voor mensen die iets akeligs is overkomen.’

‘Iemand vasthouden is een van de meest natuurlijke reacties voor mensen die iets akeligs is overkomen. Zolang je lijf bang is aangeraakt te worden door een ander is het vrijwel onmogelijk om je veilig te voelen. Ook wiegen en zingen zijn natuurlijke reacties op stress. Dat leerde ik vooral van bisschop Tutu toen ik adviseur was voor de Waarheidscommissie in Zuid-Afrika en zag hoe samen zingen en dansen mensen een veilig gevoel geeft zodat ze zich open kunnen stellen voor elkaar.’

Praten is in praktijk vaak dan ook niet datgene waar mensen uit eigen beweging voor kiezen. Na op 9/11 gevlucht te zijn uit het World Trade Center wendden de meeste trauma-slachtoffers zich niet tot de reguliere geestelijke gezondheidszorg om met praten te verwerken wat hen overkomen was. Ze zochten hun heil bij acupunctuur, massage, yoga en EMDR. ‘Mensen zoeken namelijk vooral naar manieren om de lichamelijke last na trauma te verlichten.’

MEDICIJNEN

Van der Kolk vindt het jammer dat niet meer vakgenoten een lichaamsgerichte aanpak omarmen. ‘Als psychiaters komen we allemaal uit de medische hoek. Daar draait het allemaal om het reguleren met medicijnen.’ In Nederland ligt in de psychiatrie-opleiding het accent qua behandelmethodiek op neorotransmitters, zoals serotonine, waarmee sterk ongeregelde emoties in balans kunnen worden gebracht.

Ook andere factoren spelen een rol bij het gebrek aan interesse van vakgenoten voor de lichamelijke kant van trauma. ‘Een vakgroep loopt het gevaar vast te houden aan de methode waarin ze zijn opgeleid.’

‘Waarom wordt iemand therapeut? Omdat je allerlei vragen en problemen in je eigen leven en dat van de mensen van wie je houdt wilt oplossen.’

Zelf ziet hij, naast de workshops die hij geeft en zijn wetenschappelijk onderzoek nog steeds zo’n twaalf patiënten per week, waardoor hij contact houdt met de klinische praktijk.
Steun voor zijn pleidooi voor een meer lichaamsgerichte behandeling van trauma’s vindt Van der Kolk allereerst in de studies die hij en zijn studenten gedaan hebben en bij de behandelaars van trauma’s die hij spreekt tijdens de vele workshops die hij over de hele wereld geeft. Veel hulpverleners die willen leren hun patiënten effectiever te behandelen, hebben zelf persoonlijke ervaring met trauma. ‘Want waarom wordt iemand therapeut? Omdat je allerlei vragen en problemen in je eigen leven en dat van de mensen van wie je houdt wilt oplossen.’

VAKER CRIMINEEL

We kunnen niet om trauma’s heen, vindt Van der Kolk. ‘De effecten van psychotrauma vormen een grotere kostenpost dan kanker en hartziektes. Studies van de US Centers for Disease Control over de epidemiologie van trauma hebben dat aangetoond,’ stelt Van der Kolk. Die cijfers zijn er ook voor Nederland. De maatschappelijke kosten – zorgkosten en ziekteverzuim – van in de kinderjaren getraumatiseerde volwassenen, zijn op jaarbasis maar liefst 10,9 miljard. Dat berekende Trimbos in 2016.

Ook vanwege de maatschappelijke kosten is aandacht voor trauma van groot belang. ‘Families, soms hele buurten, waar kinderen verwaarloosd en te midden van geweld opgroeien, brengen volwassenen voort die vaker werkloos zijn, vaker crimineel worden en een groter beroep doen op de gezondheidszorg.’

Nobelprijswinnaar voor de Economie James Heckman toonde aan dat programma’s die ouders helpen met het ontwikkelen van basisvaardigheden zichzelf terugbetalen in lagere gezondheidszorgkosten, minder sociale uitkeringen, minder gevangenisuitgaven en minder middelengebruik.

‘Trauma’s zijn de meest dringende volksgezondheidskwestie van dit moment. De kosten ervan zijn hoger dan die van kanker en hartziektes.’

Van der Kolk vertrouwt op een kentering. ‘De aandacht ervoor zal groeien, want de technieken om trauma effectief te behandelen zijn nu beschikbaar. Trauma’s zijn de meest dringende volksgezondheidskwestie van dit moment,’ zegt hij verwijzend naar Adverse Childhood Experiences (ACE) een grootschalig onderzoek naar de gevolgen van kindermisbruik en verwaarlozing uit 1995-1997.

In Nederland wees in mei dit jaar het in trauma-opleidingen gespecialiseerde Centrum Late Effecten Vroegkinderlijke chronische Traumatisering (Celevt) in een brief aan de staatssecretaris van VWS voor de derde keer sinds 2013 op het feit dat het Trimbos-onderzoek nog steeds niet in GGZ-beleid is vertaald. Zij plette wederom om onder meer betere screening, geld voor specifieke behandelcentra en meer onderzoek om traumapatiënten beter te helpen.

IMPACT VAN TRAUMA’S

Traumadeskundige zijn beschermt je overigens zelf niet tegen akelige gebeurtenissen, zo ondervond Van der Kolk. Teruggekomen van een lezing ontdekte hij eind vorig jaar dat hij was ontslagen door het Justice Resource Institute (JRI), waar zijn Trauma Center sinds 2005 was ondergebracht. Van de Kolk had al jaren geleden het dagelijkse bestuur van zijn Centrum aan een nieuwe generatie overgedragen, maar werd door het JRI verantwoordelijk gesteld voor de ‘giftige werkomgeving’ die er op het Centrum zou heersen. Kort daarvoor was een nieuwe directeur ontslagen wegens wangedrag tegenover vrouwelijke werknemers. Overigens zonder dat Van der Kolk daarin was gekend.

Zijn twee laboratoriums, die neurofeedback en MDMA bestuderen, overleefden het drama. En hij is nog steeds professor in psychiatrie en neurowetenschappen aan Boston University. De belangrijkste steun voor Van der Kolk kwam – naast die van zijn vrouw – van zijn collega’s van het als collectief opgezette Trauma Center. ‘De hele staf is met mij meegegaan naar het nieuwe Trauma Research Foundation dat we hebben opgericht.’

De strijd voor beter begrip en behandeling van traumaslachtoffers gaat natuurlijk door, al vindt hij het verdrietig dat er nu geen organisatie meer is waar onderzoek, training, klinische behandeling en een wereldwijd onderwijsprogramma geïntegreerd zijn. Ook in Nederland zijn de schaarse gespecialiseerde traumacentra en poliklinieken bij GGZ-instellingen de afgelopen tijd afgebouwd of afgesloten, aldus Celevt. Van der Kolk blijft echter optimistisch. ‘Als samenleving staan we op het punt ons bewust te worden van de grote impact van trauma’s. De geestelijke gezondheidszorg staat op een keerpunt.’

WAT WERKT BIJ TRAUMA’S?

– EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is een techniek waarbij de patiënt snel met zijn ogen beweegt terwijl hij zich het trauma herinnert, waardoor de herinnering eraan afzwakt. Behandeling met EMDR was volgens de eigen Trauma Center-onderzoeken tot 2014 zeer effectief in het verminderen van trauma-klachten. In Nederland wordt EMDR beschouwd als een wetenschappelijk onderbouwde methode en vergoed vanuit de basis GGZ.

– Yoga heeft volgens wetenschappelijk onderzoek een positief effect op gezondheidsproblemen als hoge bloeddruk en stresshormoonafscheiding. Onderzoek van het Trauma Center wijst uit dat yoga kalmeert en mensen helpt beter naar hun lichaam te luisteren. Ook intensieve meditatie helpt.

– Neurofeedbackmachines registreren de hersengolven van een patiënt en de feedback-functie spoort de hersenen aan meer of minder te generen van die frequenties die klachten veroorzaken. Via neurofeedback ‘leert’ het brein nieuwe patronen waardoor de patiënt zich beter voelt.

Bron: Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen. Prof. dr. Bessel van der Kolk, Uitgeverij Mens!

TRAUMA IN NEDERLAND

– Meer dan de helft van de Nederlanders maakt ooit in zijn leven een schokkende gebeurtenis mee. Eén op de zeven daarvan ontwikkelt als gevolg daarvan een posttraumatische stressstoornis (PTTS). Dat betekent dat ruim 1 op de 13 Nederlanders heeft ooit in zijn leven een posttraumatische stressstoornis (PTTS) gehad.

– Het gaat om 8,8 van procent van de vrouwen en 4,3 procent van de mannen. Vrouwen lijden vaker aan PTTS omdat zij vaker slachtoffer zijn van seksueel geweld, jonger zijn ten tijde van de traumatische ervaring en meer dissociatie (afsplitsing van het lichaam) ervaren.

– Jonge volwassenen ( 18-34 jaar) lopen de meeste risico’s: bijna 1 op de 10 heeft een PTTS ervaren.

– Met name effecten van vroegkinderlijke trauma’s (als gevolg van bijvoorbeeld geweld, seksueel misbruik, verwaarlozing) zijn vaak zeer ingrijpend. Ruim de helft van de cliënten in GGZ kampt met de gevolgen van een vroegkinderlijk trauma. Het gaat om 400.000 mensen. Mede in antwoord daarop zette Celevt de stichting Strakx op. Die streeft naar een landelijk dekkend netwerk van circa acht traumacentra voor langer durende multidisciplinaire zorg, waar behandeling, onderzoek en training samengaan. Eind dit jaar moet de eerste van start gaan in Amsterdam. Op dit moment is nog onduidelijk of de financiering ervan door private partijen gaat lukken.

Bron: Volksgezondheidszorg.nl. (Ministerie van Volksgezondheid)

Otto Scharmer: de nieuwe coördinaten van maatschappelijke verandering

Otto Scharmer: de nieuwe coördinaten van maatschappelijke verandering

13 NOVEMBER 2018

CATEGORIEN: THEORIE U

Dit is een vertaling van het artikel van Otto Scharmer: dit is de link naar zijn artikel in het Engels. In deze vertaling is een aantal voorbeelden kort benoemd in plaats van de uitgebreidere beschrijving in het originele artikel van Scharmer.

Paradigma shift:
De teruggang van Trump, de opkomst van de Groenen, en de nieuwe coördinaten van maatschappelijke verandering

In dit meest recente blog schrijft Otto Scharmer over de duiding van de Midterm Elections in de Verenigde Staten. Door veel media worden de verkiezingen geduid als een verharding van standpunten tussen linkse en rechtse politiek. Maar dat is de betekenis die we geven als we door een 20e eeuwse bril kijken. En dat is niet meer de bril waarmee we betekenis kunnen geven aan veranderingen. Het gaat niet meer om de polen links en rechts. Er verschijnt een nieuwe polariteit met nieuwe coördinaten waarmee we de huidige ontwikkeling een plek kunnen geven. Hij benoemt dat als een verschuiving van ‘assen’.
Het gaat niet meer om ‘links en rechts’ maar veel meer over ‘open en gesloten’, zoals ook de verkiezingen in andere delen van de wereld laten zien. Het gaat daarbij niet alleen over politiek maar ook over economie en onderwijs .

De politieke verschuiving

Van links versus rechts naar open versus gesloten.
In wezen gaat het hierbij ook om de tegenstelling van sturing vanuit de overheid versus marktsturing.

Figuur 1: De nieuwe politieke coördinaten

Maar hoe zou het zijn om de tegenstellingen te definiëren op de as van gesloten versus open. Trump staat daarbij voor geslotenheid, voor het versterken van de driehoek die gevormd wordt door angst, haat en ontkenning. Deze mindset wordt gevoed door vijf vormen van gedrag:
• verblind zijn (de werkelijkheid niet kunnen/willen zien),
• de-sensing, niet aan willen voelen (je niet willen verplaatsen in anderen),
• absencing – afwezig zijn (je niet kunnen/willen verbinden met je hoogste potentieel),
• anderen de schuld geven (onvermogen om te kunnen reflecteren),
• verwoesten (het vernietigen van natuur, relaties, het zelf).
Het speelveld van deze vijf gedragingen heeft de laatste jaren het politieke veld veranderd. Het zijn niet nieuwe vormen van gedrag, maar ze worden versterkt door het gebruik van de sociale media.

Scharmer geeft bij iedere vorm van gedrag voorbeelden uit de dagelijkse praktijk in de Verenigde Staten. De benoeming van de rechters, de schietpartijen op scholen en de omgang met het klimaatakkoord.
Trump handelt daarin heel erg effectief. Maar als Trump niet het probleem is, maar alleen het symptoom, wat is dan het probleem?
Scharmer benoemt dat als het gebrek aan een alternatief waarmee het enorme potentieel dat bij de openheid aanwezig is te activeren.

Figuur 2: Twee sociale velden: de cyclus van co-creatie (presencing) en de cyclus van destructie (abcensing)

De winnaars van recente verkiezingen zitten niet meer aan de linker of de rechter zijde (de traditionele politieke partijen) maar aan de open (de Groenen in Duitsland ) of de gesloten zijde (de AfD, Neo Nazi georiënteerd).

Observaties:

  • De gesloten zijde is niet alleen in de Verenigde Staten dominant maar ook in Brazilië, Rusland, Hongarije, Polen, Turkije en de Filipijnen. Het is wereldwijd. In al die landen speelt de rol van de sociale media bij het versterken van angst, haat en ontkenning een belangrijke rol.
  • De opkomst van de Groene Partij in Duitsland, een groot aantal vrouwen in de Amerikaanse politiek, de overwinning in Costa Rica van president Alvarado en president Jokowi in Indonesië laten zien dat mensen ook op een andere manier kunnen reageren op de onvrede in het huidige politieke systeem. Met nieuwsgierigheid, passie en moed.
  • Het conflict rondom de as van open versus gesloten is niet nieuw maar speelt al vanaf de Amerikaanse burgeroorlog. Racisme en het excluderen van bevolkingsgroepen is blijven bestaan. Wat wel nieuw is is dat het nu wereldwijd speelt, dat we beperkt de tijd hebben (i.v.m. de klimaatverandering) en dat sociale media een grote rol spelen.

De economische verschuiving

Op dezelfde manier is er ook een verschuiving zichtbaar in het economisch domein. Gedurende de 20e eeuw ging het gesprek over hoe de economie zich zou moeten ontwikkelen, over de manier waarop economisch groei het beste versterkt zou kunnen worden. Via overheidsingrijpen of via marktwerking. In het huidige debat gaat het veel meer over de vraag of het groei-paradigma niet deel van het probleem is en vervangen moet worden door post-groei paradigma dat focust op het welzijn van ieder van ons. Maar wat als het BNP – bruto nationaal product – geen goede indicator meer is, wat is dan het alternatief?

Figuur 3: De nieuwe politieke coördinaten

Observaties:

  • Ook al is het oude economische denken in 2008 gecrashed, het oude denken is nog steeds springlevend en het debat over de ontwikkeling van de economie gaat nog steeds over overheidssturing versus marktwerking.
  • Op de verticale as zien we meer beweging naar nationalisme en protectionisme.
  • Lokaal en regionaal zien we een beweging van onderop met nieuwe samenwerkings- en economische vormen.
  • De enige kans om de in 2015 door de VN vastgestelde 17 doelen op het gebied van duurzaamheid te halen, is door het versterken van de lokale en regionale bewegingen.

De verschuiving in opvoeding en onderwijs

Een manier om de nieuwe coördinaten in onderwijs en opvoeding te bevatten, is door te zien hoe de betekenis van de ‘digitale scheiding’ is veranderd. De werkelijke digitale scheiding loopt niet tussen de kinderen die toegang hebben tot internet en zij die dat niet hebben. Het gaat nu veel meer over de verdeling tussen kinderen met ouders die de toegang tot internet beperken en ouders wier kinderen oneindig toegang hebben tot internet omdat scholen en politici aangeven dat meer toegang de sleutel tot succes is.
Het oude paradigma ging over publiek versus privaat onderwijs, links versus rechts. Het nieuwe debat focust op de manier van leren: het kunnen onthouden van formules en feiten versus de benadering van het kind in zijn/haar volle capaciteit om te leren en creëren. Daarbij draait het om het generatieve sociale veld en het integreren van hoofd, hart en handen.

Figuur 4: De nieuwe educatie coördinaten

Observaties:

  • Veel van de huidige activiteiten en discussies worden nog sterk bepaald door de oude as van publiek versus privaat.
  • De revolutie rondom kunstmatige intelligentie die de manier waarop de maatschappij functioneert zal gaan hervormen heeft tot gevolg dat banen die zijn gebaseerd op het kunnen onthouden van getallen en feiten zullen verdwijnen. Het gevolg is een herorientatie op de menselijke activiteiten en het creeren van waarden in de richting van compassie, empathie, collectieve creativiteit, dieper luisteren, genererende dialoog, bedding kunnen bieden, etc).
  • Tot nu toe zijn er nog weinig voorbeelden van grotere scholingsinstituten die vanuit de bovenkant van het spectrum werken.

De belangrijkste blinde vlek van onze tijd

Wat hebben deze 3 type verschuivingen of shifts met elkaar te maken? Alles. Het 20e eeuwse discours ging vooral om het verschil in ideologie. En zoals de historicus Yuval Noah Harari in zijn boek 21 lessen voor de 21e eeuw, aangeeft, had je in 1938 3 ideologieën: fascisme, socialisme en liberalisme. In 1968 waren er nog twee (socialisme en liberalisme). In 1998 nog 1 (het veronderstelde einde van de geschiedenis). Maar nu in 2018 is dat aantal gedaald naar 0. Geen ideologie meer, alleen maar Ik-Ik-Ik.
Als het verschil op de verticale as niet over ideologie gaat, waarover dan wel? Het gaat om bewustzijn, dat is de kwaliteit van hoe we verbinding maken met elkaar. Het gaat om een verschuiving van bewustzijn, van ego systeem bewustzijn naar eco-systeem bewustzijn; van ik naar wij.

Het goede aan Trump en aan populisme en ego-systeem bewustzijn is de energie en het initiatief dat wordt opgeroepen. Het slechte of de begrenzing zit in de bewustzijnsvernauwing: het ego is te beperkt. Het past niet bij de werkelijke complexiteit van dit tijdperk van de onderlinge afhankelijkheid. Complexiteit en onderlinge afhankelijkheid vereisen een openen: van de mind, het hart en de wil. Als we betrokken blijven bij dit proces van openen – met alle uitdagingen rondom de stemmen van oordeel, cynisme en angst – dan gaan we door een diepgaande verandering van mindset van ego naar eco. Dan beschouwen we een situatie niet alleen maar vanuit onze eigen zienswijze maar ook vanuit de zienswijzen van alle andere spelers in ons eco-systeem.

Wat je nu kunt doen: doe mee aan het s.lab

Het verhaal over het proces van openen moet worden verteld! Ontelbare individuen, groepen en organisaties hebben te maken met uitdagingen die van hen vragen om van een ego- naar eco-systeem manier van werken te bewegen. Ofwel om naar boven te schuiven langs de verticale as. Maar op die reis voelen ze zich vaak alleen en niet gesteund. Een ondersteunende infrastructuur ontbreekt nog. Een infrastructuur die methoden en gereedschap aanreikt, die de huidige generatie change-makers helpt om zich te verbinden met gelijkgestemden uit andere systemen, sectoren en delen van de wereld.

Hiervoor heeft Otto met zijn collega’s van het Presencing Instituut een nieuw initiatief ontwikkeld: het Societal Transformation Lab (s.lab). Dit gaat begin 2019 van start en zal functioneren als een multi-lokaal innovatieplatform voor teams en organisaties die aan diepgaande innovatie werken in hun eigen organisaties en eco-systemen.

Met dank aan Kelvy Bird en Adam Yukelson.

Otto Scharmer
Senior Lecturer, MIT. Co-founder, Presencing Institutewww.ottoscharmer.com
7 november 2018

Vertaald naar het Nederlands door Marc Verheij.

 

Autonoom of niet, sturing blijft nodig!

Autonome teams zijn hot!
Bijna elke organisatie die ik tegenkom is er mee bezig. De een noemt het zelforganisatie, de ander zelfcoördinatie, zelfsturing of autonomie. Uiteraard is het geen doel maar een middel om iets te bereiken. Denk aan; meer winst/omzet, grotere klanttevredenheid of minder ziekteverzuim. Steeds meer organisaties zien in dat deze resultaten alleen maar bereikt kunnen worden door betrokken en bevlogen medewerkers te creëren. En dat zelfsturing/autonomie het middel is dit te realiseren.
Ik merk alleen dat veel managementteams worstelen met het aansturen van een meer autonome organisatie. Wat laat je wel en niet over aan medewerkers? Veel organisaties zitten dan ook in een spagaat van sturing versus zelfsturing.
Hoe je het ook went of keert; sturing is altijd nodig! Met sturing bedoel ik bijvoorbeeld duidelijkheid creëren over wat medewerkers van je verwachten, aangeven binnen welke grenzen geopereerd kan worden en een heldere visie over wat je als management nog doet en wat medewerkers mogen doen. Vaak wordt hier echter niet goed over gecommuniceerd. Daardoor ontstaan allerlei problemen. Medewerkers weten niet meer waar ze wel en niet verantwoordelijk voor zijn.

 Sturing kan op twee manieren mis gaan

Het management schiet door in het geven van verantwoordelijkheid, vrijheid en vertrouwen. Ze kieperen te veel over de schutting vanuit de gedachte dat mensen het allemaal wel aan kunnen.
Aan de andere kant zijn er organisaties die graag zelfsturing willen doorvoeren maar het lastig vinden verantwoordelijkheid en vrijheid te geven. Ze schieten dan toch weer in de controle en sturen dus te veel.
Dit begint met zelfkennis; helder krijgen wat je wil bereiken qua sturing en waarom dit soms niet lukt. Onbewuste eigen valkuilen zorgen er namelijk vaak voor dat zaken mislukken. Als je deze niet helder hebt zul je nooit de juiste balans vinden.
Voorbeeld
Een zorgorganisatie (geïnspireerd op Buurtzorg; dé zorgorganisatie in Nederland van Jos de Blok die als eerste begon met zelfsturing) wil overgaan op zelfsturende teams omdat ze het idee hebben dat dit middel tot meer bevlogen medewerkers leidt en daarmee tot betere resultaten. Ze hebben besloten om te starten met een tweetal teams. Tegen de teams werd gezegd dat het uitgangspunt was om veel meer verantwoordelijkheid en vertrouwen neer te leggen bij medewerkers. Omdat bij andere organisaties bleek dat medewerkers dit nodig hadden om meer bevlogen te raken. De medewerkers van genoemde zorgorganisatie gaven inderdaad aan dat ze dit ook graag wilden. Na een tijdje bleek echter het volgende: medewerkers in de teams waren niet meer tevreden. Ze maakten een overspannen indruk. Sommige medewerkers liepen te hard en anderen leunden te veel achterover.
Door met de betreffende managers om tafel te zitten ontdekten we dat beide managers het loslaten te veel hadden doorgevoerd. Ze gingen er vanuit dat hun medewerkers heel graag verantwoordelijkheid wilden en ook aankonden, waardoor er weinig communicatie was over projecten die uitgevoerd moesten worden. Er werden geen echte doelen gesteld. Er werd simpelweg gezegd dat ze meer zelfsturend mochten zijn. Ik gaf aan dat dit te vaag was en dat medewerkers meer sturing nodig hebben.
Maar hoe doe je dat? Want iemands valkuil (in dit geval een laissez faire houding van beide managers) is niet zomaar weg te poetsen. Ga maar eens na: als iemand tegen je zegt dat je bijvoorbeeld meer of minder moet loslaten dan wil dat niet zeggen dat dat ook lukt. Het is een patroon dat je al heel lang meedraagt. Iemand kan alleen maar veranderen door kennis te hebben van zichzelf en te achterhalen waar zijn of haar valkuilen vandaan komen.
Door op zoek te gaan naar achterliggende belemmerende gedachtes kun je uiteindelijk de kernovertuiging ontdekken achter het valkuil-gedrag. Deze ontdek je door te vragen: wat is het ergste wat er kan gebeuren als jij je valkuil (laissez fair/passiviteit in dit geval) loslaat. Er kwamen zaken als “Dan moet ik meer in actie komen en dat kost tijd”. Wat is daar zo erg aan voor jou? “Dan moet ik verantwoordelijkheid nemen”. En wat is daar zo erg aan? “Dan kan het misgaan en kan ik afgaan”.
Door contact te maken met de angst begrepen de managers eindelijk waarom ze niet meer sturing gaven en steeds in hun oude patroon bleven rondcirkelen. Het zorgde er voor dat ze in actie kwamen en samen met de medewerkers visie gingen creëren over het effectief inkleden van zelfsturing