ZIN VAN HET LEVEN OUD-MINISTER EN SOEFI JOHAN WITTEVEEN ‘Denken is oppervlakkig, voelen brengt je naar je ziel’

‘Pas na de dood krijg je inzicht in allerlei aspecten van je leven en hoe dat is verlopen.’ Soefi Johan Witteveen neemt Fokke Obbema mee op een reis door dimensies.

Fokke Obbema

22 april 2019, 18:09Op de sofa in zijn Wassenaarse villa met uitzicht over weilanden geniet hij van de aanblik van een ganzen­familie. ‘Kijk, twee volwassenen en vijf kinderen’, merkt hij verheugd op, midden in het gesprek. Dagelijks volgt hij wat er mondiaal op politiek en economisch vlak gebeurt, daartoe leest hij de NRC en The New York Times: ‘Een mooie combinatie.’ Een wandeling van een kwartiertje rond zijn huis lukt hem nog. Ook kijkt hij uit naar juni, wanneer een twaalfdaagse cruise rond IJsland in zijn agenda staat. De secretaresse van zijn zoon zal hem begeleiden.Op 97-jarige leeftijd heeft Johannes Witteveen vrijwel alle leden overleefd van de twee naoorlogse kabinetten waar hij als VVD-minister van Financiën deel van uitmaakte. Op de maandelijkse lunch van het kabinet-De Jong (1967-1971) zijn nog maar twee andere deelnemers, allebei jonger dan hij. Na zijn ministerschappen volgde zijn mooiste baan: topman van het IMF in Washington (1973-1978). Tot besluit van zijn loopbaan vervulde hij een groot aantal commissariaten.Witteveen is in zijn lange leven altijd méér dan politicus en econoom geweest. Zijn ouders behoorden tot de eerste generatie van de soefibeweging, die na de Eerste Wereldoorlog werd opgericht door Inayat Khan. Die Indiase mysticus droeg het ‘universeel soefisme’ uit. Dat is gericht op het verbinden van oosterse en westerse religies, die, constateerde Khan, een geloof in de goddelijke geest, liefde, schoonheid, harmonie en geestelijke vrijheid delen. Het soefisme wil verbinden, maar schuwt het overtuigen van anderen – andere religieuze opvattingen dienen altijd te worden gerespecteerd.Witteveen maakte deel uit van het hoogste soefibestuur en ging tot voor kort voor in ceremonieën in de tempel in Katwijk. Zijn vrouw maakte eveneens deel uit van de beweging. ‘Zij heeft als 6-jarige Inayat Khan nog persoonlijk ontmoet’, zegt hij, met ontzag in zijn stem. Zij overleed in 2006. Ook twee kinderen leven niet meer, onder wie zoon Willem, hoog­leraar en PvdA-senator. Hij kwam met zijn vrouw en dochter om bij de aanslag op vlucht MH17.

Wat is de zin van ons leven?

‘Ik ben geneigd de mensheid te zien als het hoogtepunt van de hele schepping. Daarin probeert een goddelijke geest zich steeds meer uit te drukken. Een mooie soefi-uitspraak daarover luidt: ‘De goddelijke geest slaapt in de rotsen, ontwaakt in de planten, begint zich bewust te worden in de dieren en komt tot het hoogste bewustzijn in de mens.’ De zin van ons leven is dus om een bewustzijn van dat goddelijke te ontwikkelen. Voortdurend ons bewust zijn dat we in die prachtige schepping verkeren en beseffen dat daarin een goddelijke geest werkt, dat is de zin. Die geest kunnen we herkennen aan alle schoonheid, die vormt de uitdrukking ervan. Als mens kun je zelf ook iets van die schoonheid uitdrukken.’

Heeft de mensheid in de 97 jaar van uw leven in dat opzicht vooruitgang geboekt?

‘De vooruitgang kunnen we vooral zien bij die mensen die werkelijk tot dit bewustzijn zijn gekomen. Ik denk dan aan de boodschappers die religies hebben gesticht. Die hebben niet alleen een schitterende visie van de goddelijke geest weten te geven, maar hebben die ook voorgeleefd, waardoor ze veel mensen hebben weten te trekken. Ik denk dan aan iemand als Inayat Khan, die de soefi-beweging heeft gesticht en die zeer inspirerend was. Ik heb hem niet gekend, maar wel zijn broers. In hen heb ik veel van de goddelijke geest gezien. Maar bij alle religies komen heilige mensen voor, in allerlei gradaties.’

Heeft u ooit aan die goddelijke geest getwijfeld?

‘Dat doet iedereen wel, denk ik. Maar ik ben dankzij mijn ouders al vroeg door het soefisme aangeraakt. Op mijn 18de werd ik al ingewijd in de innerlijke school van de beweging. Dat vereiste veel gebed en meditatie. Dus toen ik in 1940 ging studeren, was ik er volop mee bezig. Ik heb niet die twijfels gekend die veel medestudenten toen hadden. Ik heb veel met christelijke studenten gesproken. Maar als soefi wil je nooit iets weg­nemen van iemands geloof, dat moet je koesteren.’

Wat spreekt u zo aan in het soefisme?

‘Niet alleen de visie op het leven zelf, maar ook op het leven na de dood. Dat vond ik overtuigend. Als je hier sterft, begint er een nieuwe fase. Het lichaam laat je achter, de ziel leeft voort met zijn geheugen en al zijn ervaringen. Hij gaat dan verder met de opdracht het goddelijke uit te drukken en uiteindelijk kom je tot eenheid met de goddelijke geest. Dat heb ik altijd een prachtig beeld gevonden. Ik heb dat meegekregen uit de gesprekken die mijn ouders voerden met hun soefi-vrienden.’

Waarom vindt u dat beeld overtuigend?

‘Waar komen we vandaan en waar gaan we heen? Dat zijn de fundamentele vragen waarop een mens antwoord wil. Inayat Khan heeft daar zeer heldere en positieve antwoorden op geformuleerd. Veel mensen in deze tijd hebben dat geloof helemaal niet. Die denken dat er niets is. Of ze denken er helemaal niet over na. Dat heb ik altijd erg onbevredigend gevonden.’

Veel natuurwetenschappers zien het ontstaan van leven als een toevallige samenloop.

‘Ja, buitengewoon onbevredigend, vindt u niet? Achter die visie schuilt ook een geloof, namelijk dat het uitsluitend gaat om wat we materieel kunnen zien en verklaren. Maar er is ook zoiets als de geest. Alleen wordt die buiten de verklaringen gehouden, omdat die ontastbaar is. Maar dat betekent niet dat hij geen rol speelt.‘Voor die wetenschappers is het ontstaan van de aarde toeval, maar voor mij bestaat dat niet. Wanneer over toeval wordt gesproken, is dat voor mij een indicatie dat een andere macht aan het werk is, namelijk die ene, almachtige geest. Die sluit ieder toeval uit. Hij ziet gevolgen die wij niet kunnen zien. Die ene geest werkt ook in ons, iedereen heeft een roeping die je moet zien te volgen. In mijn leven kan ik dat duidelijk zien.’

Waar denkt u dan aan?

‘Waarom ben ik in 1973 managing-­director van het IMF geworden? In eerste instantie reageerde ik daar afhoudend op. Kort daarna kreeg ik een uitnodiging die ik nooit eerder had gekregen, namelijk voor een economische conferentie in Washington. Toen ben ik op bezoek gegaan bij het IMF en ben ik het als een geweldige kans gaan zien. Dat ik die uitnodiging kreeg, was voor mij geen toeval. Er werd op dat moment leiding aan mijn leven gegeven.’

Hoe ziet u in dat licht een andere grote gebeurtenis in uw leven, het omkomen van uw zoon Willem?

‘Ik heb dat vanaf het begin opgevat als iets dat ik moest accepteren, opdat het zijn zin zou hebben. Dat heeft mij goed gedaan. Ik heb het aanvaard, het was iets waar ik verder toch niets meer aan kon doen en ik ben verder gegaan met mijn leven. Ik zie het als iets dat belangrijk is voor de relatie die je tot die ene geest hebt. Die leer je ook dan als leidend te accepteren. Gebeurtenissen die pijnlijk en onaangenaam zijn, kunnen toch hun zin hebben.’

Welke zin ziet u in dit geval?

‘Dat is niet iets waar wij achter kunnen komen. We zien altijd maar een klein stukje van het geheel. Ik weet alleen dat vlak voordat Willem op het vliegtuig stapte, hij net een manuscript bij zijn uitgever had ingeleverd. Dat was afgerond, dat is mooi. (stilte) Blijkbaar was het voor hem toch zijn tijd, al kunnen we niet doorgronden waarom dat zo moest zijn. Ik ben ervan overtuigd dat hij leeft in die andere wereld die we na de dood betreden.’

Waarom krijgen we geen zicht op het grotere geheel?

‘Dat zou niet goed zijn, dan zou het helemaal in de war raken. Nee, zo werkt het niet. Pas na de dood krijg je inzicht in allerlei aspecten van je leven en hoe dat is verlopen. Die brengen je weer een stap verder. Je wordt dan beoordeeld ‘vanuit je eigen hart’, zoals Inayat Khan zegt. Dus niet door een hogere autoriteit, nee, je gaat zelf zeggen: ‘Dat was niet goed, dat was wel goed’.’

LEESTIP

‘De eeuwige wijsheid van Aldous Huxley. Midden in de Tweede Wereldoorlog ging de Brit Huxley op zoek naar wat de grootste gemene deler is van religies. In dit boek put hij uit een grote variëteit aan oosterse en westerse bronnen. Huxley was geen soefist, maar dit werk sluit helemaal aan bij het soefisme. Een boek gericht op het willen begrijpen waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren.’

Doet u dat niet nu ook al?

‘Ik kan dat nu nog niet zeggen, want ik probeer ook nog zaken goed te krijgen, met name soefi-activiteiten. (stilte) Er zijn wel enkele zaken waar ik spijt van heb. Ik heb bepaalde belangrijke ontwikkelingen in de leiding van de beweging niet goed gedaan. Mijn vriendelijke aard heeft enkele keren de overhand gekregen, waardoor ik sommigen te veel ruimte heb gegeven. Daar ga ik verder niet over uitweiden. Ik probeer dat nog te herstellen.’

Ziet u een toekomst voor religies?

‘Ik denk dat godsdiensten zich meer op de mystiek moeten richten. Mensen hebben geen behoefte aan dogma’s. Wat hen wel raakt, is beleving. Daar ligt de eenheid van religieuze idealen, in de beleving van het goddelijke. Met ons denken willen we dat helder krijgen, maar dat werkt niet, dan raak je de goddelijke geest juist kwijt. (lacht) Denken is oppervlakkig. Voelen gaat veel dieper, dat dringt door tot in je ziel. En dat is het ware leven.’

Tot je ziel doordringen geeft het leven zin?

‘Je moet je van hem bewust worden, want dat is het goddelijke in ons. Juist wanneer je even niet actief bent met je verstand, lukt dat soms. Dat ik hier zit op een prachtige ochtend, terwijl de zon schijnt, dan voel ik de schoonheid van die goddelijke geest. Dat is armzalig in woorden uitgedrukt, maar ik voel dat diep. Dat contact moeten we voortdurend pogen te vinden. Alleen is dat moeilijk. Zoals je oog van alles kan zien, behalve je oog zelf, zo is dat met je ziel.’

Ziet u uit naar de dood?

‘Nee hoor, ik vind het leven nog interessant, ik heb er geen haast mee. Ik leef zolang het nodig is. Zolang ik nog een taak voor mezelf zie.’

U komt na uw dood wel uw geliefden weer tegen – uw vrouw, uw zonen.

‘Jawel, maar ik weet toch niet precies hoe dat zal zijn. En wat hier is, dat weet ik wel. Dat vind ik het moeilijke eraan. Ik heb er vertrouwen in dat het mooi zal zijn. Maar het kan best nog even wachten.’ 

DE ZIN VAN HET LEVEN

Na een hartstilstand, die hem tussen dood en leven deed zweven, gaat Fokke Obbema op zoek naar antwoorden op die aloude vraag: waartoe zijn wij op aarde? In een serie interviews gaat hij daarover het gesprek aan met mensen met zeer diverse beroepen en achtergronden. 

Tips

Ken jezelf. Er zijn veel leuke tools die je hiermee kunnen helpen, zoals je ‘Business Model You’.

What makes you tick? Weet waar je energie vandaan komt. “Doe wat je leuk vindt, dan hoef je nooit meer te werken”.

Blijven leren. Werk voortdurend aan je vakmanschap. Wat je vandaag doet, kan morgen iets anders zijn en door te blijven leren ben je hier op voorbereid.

Netwerken is belangrijker dan ooit. En daar hoef je echt geen smooth talker voor te zijn. Maak contact. Lokaal, binnen je organisatie, online. Kies wat werkt voor jou, maar beweeg je binnen je community. Zorg dat jij mensen kent en mensen jou kennen.

Waarom praten slechts deels helpt bij het verwerken van trauma’s

Na een traumatische gebeurtenis kan het lichaam in een vecht- of vluchtstand blijven staan. Praten is dan vaak de standaard behandelmethode. Maar werkt dat wel? Volgens traumadeskundige Bessel van der Kolk is een lichaamsgerichte aanpak effectiever. ‘De geestelijke gezondheidszorg staat op een keerpunt.’

Illustratie Nina Limarev / Shop Around

Op een dag werd de driejarige Bessel van der Kolk door zijn vader in de kelder opgesloten omdat hij iets ‘fout’ had gedaan. Zijn vader kon vaker ‘zomaar’ uitbarsten in enorme woede. Later ontdekte Van der Kolk dat zijn vader in de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp had gezeten en daardoor zeer getraumatiseerd was. Net als zijn oom, die in een Jappenkamp had gezeten.

Van der Kolks ervaringen hielpen hem zich in te leven in mensen die afschuwelijke dingen meemaken: verkrachtingen en mishandelingen of het meemaken van heftig geweld, zoals een oorlogscorrespondent die een maat uiteen ziet spatten.

Op zijn achttiende besloot Bessel van der Kolk Den Haag te verruilen voor Hawaii, op uitnodiging van een daar woonachtige oom. In de Verenigde Staten studeerde Van der Kolk medicijnen en psychiatrie. In 1982 richtte hij het Trauma Center op, als onderdeel van de Harvard Medical School. In 2016 verscheen zijn boek Traumasporen waarin hij veertig jaar onderzoek naar het thema samenvat. Het boek is in 23 talen vertaald en er zijn drie miljoen exemplaren van verkocht.

Onlangs was hij in Nederland waar hij sprak voor een zaal met ruim zevenhonderd reguliere ggz-psychologen en lichaamsgericht werkende hulpverleners. Een jongensachtige man met een grijze haardos en dito baard, die je makkelijk tien jaar jonger schat. Vanwege de overweldigende belangstelling moest er kort van tevoren een extra zaal met een scherm worden geregeld.

trauma

HET RAADSEL VAN PSYCHISCHE TRAUMA’S

Van der Kolks ontdekkingstocht naar het raadsel van psychische trauma’s en het geringe succes met de behandeling daarvan begon toen hij 35 was en net begonnen als psychiater in Boston’s Veterans Administration Clinic, de veteranenkliniek van Boston. Het was eind jaren zeventig. Een soldaat wiens vader in Bastogne had gevochten en die zelf een Vietnam-veteraan was, meldde zich. De man was van huis weggevlucht om zijn gezin zijn vreselijke woedeaanvallen te besparen. Van der Kolk: ‘Ik herkende veel van wat hij vertelde en zag dezelfde soort gebaren als bij mijn vader en oom.’

‘Hun lichaam was gegijzeld door de overweldigende gebeurtenis die ze hadden meegemaakt. Dat zag je aan hun verkrampte houding.’

Tijdens zijn studie was Van der Kolk de manier waarop een trauma het lichaam koloniseert al tegengekomen. ‘Ik kende de foto’s van mishandelde vrouwen van honderdvijftig jaar geleden van de Franse neuroloog Charcot in Parijs. Hun lichaam was gegijzeld door de overweldigende gebeurtenis die ze hadden meegemaakt. Dat zag je aan hun verkrampte houding. Dat was ook toen al bekend in de psychiatrie.’

In die tijd begonnen psychofarmaca hun opmars in de geestelijke gezondheidszorg. ‘Ik deed in Amerika de eerste studies van Prozac voor PTSD. Het was niet slecht, maar genezen konden psychofarmaca niet. Al slagen pillen als Prozac er wel in patiënten ongevoeliger maken.’

De Vietnam-veteraan ging met een pillenstrip tegen nachtmerries naar huis. Toen de man twee weken later terugkwam, bleek hij geen enkele pil te hebben genomen ‘Ik moet een levende herinnering zijn voor mijn vrienden die in Vietnam zijn gestorven,’ zei hij. Hun dood zou anders voor niets zijn geweest, vond hij. Zijn nachtmerries onderdrukken, zou betekenen dat hij zijn vrienden in de steek liet.

De veteraan was voor Van der Kolk het begin van zijn zoektocht naar het mysterie trauma en de vraag: waarom houdt een trauma mensen gevangen op een plek die ze juist wanhopig willen ontvluchten?

SLECHT KIND

Een psychotrauma komt voor na een overweldigende ervaring, bijvoorbeeld mishandeling, misbruik of een ernstig ongeluk. ‘Naar schatting zeventig procent van de mensen in de westerse wereld heeft ooit een traumatische ervaring meegemaakt,’ zegt Van der Kolk. Als hij de Nederlandse cijfers hoort van het ministerie van Volksgezondheid – een op de dertien – trekt hij een ongelovig gezicht. ‘Dat lijkt me heel erg laag.’

Traumapatiënten zoeken, zo stelt hij, vaak hulp voor symptomen als slapeloosheid, controleverlies, woede-uitbarstingen, onvermogen liefde te voelen, concentratiestoornissen, leermoeilijkheden, depressie en angsten. Die worden niet altijd herkend als gevolgen van een traumatische bron. Meer dan de helft van de mensen die psychiatrische hulp zoeken, zijn ooit mishandeld, verlaten, verwaarloosd, als kind verkracht of getuige geweest van geweld binnen het gezin.

Meer dan de helft van de mensen die psychiatrische hulp zoeken, zijn ooit mishandeld, verlaten, verwaarloosd, als kind verkracht of getuige geweest van geweld.

Vooral vroegkinderlijke trauma’s hebben vaak levenslange gevolgen. Het kinderlijke brein verdedigt zich tegen geweld of een andere overweldigende ervaring door zich bijvoorbeeld te dissociëren van zijn lichaam. Die strategie maakt dat getraumatiseerde mensen vaak zeggen dat ze weinig voelen en zichzelf verachten. Alles is beter dan onder ogen zien dat bijvoorbeeld een ouder zich als een monster kan gedragen. Van der Kolk: ‘Een kind van vier dat geslagen wordt, denkt niet: ik ben een lief kind en dit is een gestoorde volwassene. Zo’n kind denkt: ik ben een slecht kind. Daarom word ik geslagen.’

In Nederland werd in 2010 – het meest recente cijfer volgens een nationale studie van de Leidse Universiteit – drie procent van alle kinderen blootgesteld aan fysieke of emotionele mishandeling, verwaarlozing en/of seksueel misbruik.

TRAUMA VERANDERT HET BREIN

Met de opname in 1980 van de term posttraumatische stressstoornis in het handboek van de Amerikaanse beroepsvereniging van Psychiatrie (APA) begon er een explosie aan trauma-onderzoek. Van der Kolk stapte in die jaren over van de veteranenkliniek naar het Massachusetts Mental Health Center, een academisch ziekenhuis van Harvard University. Hij luisterde er naar de verhalen over geweld en misbruik van zijn angstige en depressieve patiënten en realiseerde zich: voor veel mensen begint de oorlog thuis. Of zoals hij het in Traumasporen omschrijft: voor elke militair die in een overzees oorlogsgebied dient, zijn er dertig kinderen die gevaar lopen in hun eigen huis.

De opkomst vanaf de jaren negentig van de neurologie, ontwikkelingspsychopathologie en de interpersoonlijke neurobiologie betekenden een doorbraak in de kennis van de werking van het brein.

Trauma verandert het brein, niet alleen op korte maar ook op lange termijn. Van der Kolk: ‘Een trauma betekent niet zomaar dat je een slechte herinnering hebt. Trauma verandert hoe je de wereld ervaart en waarneemt: getraumatiseerde mensen zien overal gevaar of ze zien niets en voelen zich als zombies.’

‘Trauma verandert hoe je de wereld ervaart en waarneemt: getraumatiseerde mensen zien overal gevaar of ze zien niets en voelen zich als zombies.’

Ook Van der Kolk deed onderzoek. ‘We voerden het eerste onderzoek uit naar wat zich afspeelt in het brein van getraumatiseerde mensen.’ Daarin werd duidelijk dat het brein dat deel is van het limbische systeem bij trauma reageert met vluchten of vechten. Het taalcentrum – het gebied van Broca in de frontale hersenkwab – sluit zich daarnaast bij heftige ervaringen af. Gevolg: voor hun trauma kunnen slachtoffers vaak moeilijk taal vinden.

Praten over trauma – de dominante aanpak die studenten psychologie sinds het begin van de negentiende eeuw aangeleerd krijgen – helpt dan ook maar deels, stelt Van der Kolk. Want praten kalmeert het lichaam doorgaans niet, terwijl een getraumatiseerd iemand juist daar behoefte aan heeft. ‘Praten over trauma heeft bovendien als nadeel dat het lichaam de traumatische gebeurtenis herbeleeft,’ zegt Van der Kolk.

Zinloos is praten niet, vindt hij niettemin. ‘Het nuttige aan bijvoorbeeld een cognitieve gedragstherapie is dat het je helpt begrijpen: dit is er gebeurd met mij. Maar begrijpen waarom je iets voelt verandert weinig aan hoe je je voelt.’

trauma

HUN LIJF WORDT HULPELOOS

Van der Kolks waarnemingen en klinische ervaringen brachten hem op het spoor van een andere aanpak. ‘Ik ontmoette voortdurend mensen die trauma behandelden door het lichaam te kalmeren. Bodyworkers die met ademhalingsoefeningen en aanrakingen verlichting konden geven. Mensen die begrepen dat het lichaam vastzit tijdens trauma en niet meer bewegen kan. Hun lijf wordt hulpeloos.’ Hulpeloosheid behandel je zoals je dat doet met kinderen. ‘Zoals je je eigen baby’s kalmeert: met vasthouden, zingen, wiegen en spelen.’

Van der Kolks echtgenote is ook een bodyworker. Veel van de therapieën die hij zijn patiënten aanraadt en waarvan onderzoek uitwees dat ze effectief zijn, heeft hij bovendien in zijn laboratorium bestudeerd en zelf geprobeerd: yoga, EMDR, neurofeedback en MDMA (ecstacy).

Veel dingen kunnen mensen zelf doen voor elkaar en voor zichzelf. Toen Invictus-speler Paul Guest onlangs in paniek raakte omdat een overvliegende helikopter hem terugbracht naar zijn traumatische ervaringen als landmijnspecialist in Noord-Ierland, werd hij omhelsd door de Nederlandse Bosnië-veteraan Edwin Vermetten tot hij weer kon sporten.

‘Iemand vasthouden is een van de meest natuurlijke reacties voor mensen die iets akeligs is overkomen.’

‘Iemand vasthouden is een van de meest natuurlijke reacties voor mensen die iets akeligs is overkomen. Zolang je lijf bang is aangeraakt te worden door een ander is het vrijwel onmogelijk om je veilig te voelen. Ook wiegen en zingen zijn natuurlijke reacties op stress. Dat leerde ik vooral van bisschop Tutu toen ik adviseur was voor de Waarheidscommissie in Zuid-Afrika en zag hoe samen zingen en dansen mensen een veilig gevoel geeft zodat ze zich open kunnen stellen voor elkaar.’

Praten is in praktijk vaak dan ook niet datgene waar mensen uit eigen beweging voor kiezen. Na op 9/11 gevlucht te zijn uit het World Trade Center wendden de meeste trauma-slachtoffers zich niet tot de reguliere geestelijke gezondheidszorg om met praten te verwerken wat hen overkomen was. Ze zochten hun heil bij acupunctuur, massage, yoga en EMDR. ‘Mensen zoeken namelijk vooral naar manieren om de lichamelijke last na trauma te verlichten.’

MEDICIJNEN

Van der Kolk vindt het jammer dat niet meer vakgenoten een lichaamsgerichte aanpak omarmen. ‘Als psychiaters komen we allemaal uit de medische hoek. Daar draait het allemaal om het reguleren met medicijnen.’ In Nederland ligt in de psychiatrie-opleiding het accent qua behandelmethodiek op neorotransmitters, zoals serotonine, waarmee sterk ongeregelde emoties in balans kunnen worden gebracht.

Ook andere factoren spelen een rol bij het gebrek aan interesse van vakgenoten voor de lichamelijke kant van trauma. ‘Een vakgroep loopt het gevaar vast te houden aan de methode waarin ze zijn opgeleid.’

‘Waarom wordt iemand therapeut? Omdat je allerlei vragen en problemen in je eigen leven en dat van de mensen van wie je houdt wilt oplossen.’

Zelf ziet hij, naast de workshops die hij geeft en zijn wetenschappelijk onderzoek nog steeds zo’n twaalf patiënten per week, waardoor hij contact houdt met de klinische praktijk.
Steun voor zijn pleidooi voor een meer lichaamsgerichte behandeling van trauma’s vindt Van der Kolk allereerst in de studies die hij en zijn studenten gedaan hebben en bij de behandelaars van trauma’s die hij spreekt tijdens de vele workshops die hij over de hele wereld geeft. Veel hulpverleners die willen leren hun patiënten effectiever te behandelen, hebben zelf persoonlijke ervaring met trauma. ‘Want waarom wordt iemand therapeut? Omdat je allerlei vragen en problemen in je eigen leven en dat van de mensen van wie je houdt wilt oplossen.’

VAKER CRIMINEEL

We kunnen niet om trauma’s heen, vindt Van der Kolk. ‘De effecten van psychotrauma vormen een grotere kostenpost dan kanker en hartziektes. Studies van de US Centers for Disease Control over de epidemiologie van trauma hebben dat aangetoond,’ stelt Van der Kolk. Die cijfers zijn er ook voor Nederland. De maatschappelijke kosten – zorgkosten en ziekteverzuim – van in de kinderjaren getraumatiseerde volwassenen, zijn op jaarbasis maar liefst 10,9 miljard. Dat berekende Trimbos in 2016.

Ook vanwege de maatschappelijke kosten is aandacht voor trauma van groot belang. ‘Families, soms hele buurten, waar kinderen verwaarloosd en te midden van geweld opgroeien, brengen volwassenen voort die vaker werkloos zijn, vaker crimineel worden en een groter beroep doen op de gezondheidszorg.’

Nobelprijswinnaar voor de Economie James Heckman toonde aan dat programma’s die ouders helpen met het ontwikkelen van basisvaardigheden zichzelf terugbetalen in lagere gezondheidszorgkosten, minder sociale uitkeringen, minder gevangenisuitgaven en minder middelengebruik.

‘Trauma’s zijn de meest dringende volksgezondheidskwestie van dit moment. De kosten ervan zijn hoger dan die van kanker en hartziektes.’

Van der Kolk vertrouwt op een kentering. ‘De aandacht ervoor zal groeien, want de technieken om trauma effectief te behandelen zijn nu beschikbaar. Trauma’s zijn de meest dringende volksgezondheidskwestie van dit moment,’ zegt hij verwijzend naar Adverse Childhood Experiences (ACE) een grootschalig onderzoek naar de gevolgen van kindermisbruik en verwaarlozing uit 1995-1997.

In Nederland wees in mei dit jaar het in trauma-opleidingen gespecialiseerde Centrum Late Effecten Vroegkinderlijke chronische Traumatisering (Celevt) in een brief aan de staatssecretaris van VWS voor de derde keer sinds 2013 op het feit dat het Trimbos-onderzoek nog steeds niet in GGZ-beleid is vertaald. Zij plette wederom om onder meer betere screening, geld voor specifieke behandelcentra en meer onderzoek om traumapatiënten beter te helpen.

IMPACT VAN TRAUMA’S

Traumadeskundige zijn beschermt je overigens zelf niet tegen akelige gebeurtenissen, zo ondervond Van der Kolk. Teruggekomen van een lezing ontdekte hij eind vorig jaar dat hij was ontslagen door het Justice Resource Institute (JRI), waar zijn Trauma Center sinds 2005 was ondergebracht. Van de Kolk had al jaren geleden het dagelijkse bestuur van zijn Centrum aan een nieuwe generatie overgedragen, maar werd door het JRI verantwoordelijk gesteld voor de ‘giftige werkomgeving’ die er op het Centrum zou heersen. Kort daarvoor was een nieuwe directeur ontslagen wegens wangedrag tegenover vrouwelijke werknemers. Overigens zonder dat Van der Kolk daarin was gekend.

Zijn twee laboratoriums, die neurofeedback en MDMA bestuderen, overleefden het drama. En hij is nog steeds professor in psychiatrie en neurowetenschappen aan Boston University. De belangrijkste steun voor Van der Kolk kwam – naast die van zijn vrouw – van zijn collega’s van het als collectief opgezette Trauma Center. ‘De hele staf is met mij meegegaan naar het nieuwe Trauma Research Foundation dat we hebben opgericht.’

De strijd voor beter begrip en behandeling van traumaslachtoffers gaat natuurlijk door, al vindt hij het verdrietig dat er nu geen organisatie meer is waar onderzoek, training, klinische behandeling en een wereldwijd onderwijsprogramma geïntegreerd zijn. Ook in Nederland zijn de schaarse gespecialiseerde traumacentra en poliklinieken bij GGZ-instellingen de afgelopen tijd afgebouwd of afgesloten, aldus Celevt. Van der Kolk blijft echter optimistisch. ‘Als samenleving staan we op het punt ons bewust te worden van de grote impact van trauma’s. De geestelijke gezondheidszorg staat op een keerpunt.’

WAT WERKT BIJ TRAUMA’S?

– EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is een techniek waarbij de patiënt snel met zijn ogen beweegt terwijl hij zich het trauma herinnert, waardoor de herinnering eraan afzwakt. Behandeling met EMDR was volgens de eigen Trauma Center-onderzoeken tot 2014 zeer effectief in het verminderen van trauma-klachten. In Nederland wordt EMDR beschouwd als een wetenschappelijk onderbouwde methode en vergoed vanuit de basis GGZ.

– Yoga heeft volgens wetenschappelijk onderzoek een positief effect op gezondheidsproblemen als hoge bloeddruk en stresshormoonafscheiding. Onderzoek van het Trauma Center wijst uit dat yoga kalmeert en mensen helpt beter naar hun lichaam te luisteren. Ook intensieve meditatie helpt.

– Neurofeedbackmachines registreren de hersengolven van een patiënt en de feedback-functie spoort de hersenen aan meer of minder te generen van die frequenties die klachten veroorzaken. Via neurofeedback ‘leert’ het brein nieuwe patronen waardoor de patiënt zich beter voelt.

Bron: Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen. Prof. dr. Bessel van der Kolk, Uitgeverij Mens!

TRAUMA IN NEDERLAND

– Meer dan de helft van de Nederlanders maakt ooit in zijn leven een schokkende gebeurtenis mee. Eén op de zeven daarvan ontwikkelt als gevolg daarvan een posttraumatische stressstoornis (PTTS). Dat betekent dat ruim 1 op de 13 Nederlanders heeft ooit in zijn leven een posttraumatische stressstoornis (PTTS) gehad.

– Het gaat om 8,8 van procent van de vrouwen en 4,3 procent van de mannen. Vrouwen lijden vaker aan PTTS omdat zij vaker slachtoffer zijn van seksueel geweld, jonger zijn ten tijde van de traumatische ervaring en meer dissociatie (afsplitsing van het lichaam) ervaren.

– Jonge volwassenen ( 18-34 jaar) lopen de meeste risico’s: bijna 1 op de 10 heeft een PTTS ervaren.

– Met name effecten van vroegkinderlijke trauma’s (als gevolg van bijvoorbeeld geweld, seksueel misbruik, verwaarlozing) zijn vaak zeer ingrijpend. Ruim de helft van de cliënten in GGZ kampt met de gevolgen van een vroegkinderlijk trauma. Het gaat om 400.000 mensen. Mede in antwoord daarop zette Celevt de stichting Strakx op. Die streeft naar een landelijk dekkend netwerk van circa acht traumacentra voor langer durende multidisciplinaire zorg, waar behandeling, onderzoek en training samengaan. Eind dit jaar moet de eerste van start gaan in Amsterdam. Op dit moment is nog onduidelijk of de financiering ervan door private partijen gaat lukken.

Bron: Volksgezondheidszorg.nl. (Ministerie van Volksgezondheid)

Otto Scharmer: de nieuwe coördinaten van maatschappelijke verandering

Otto Scharmer: de nieuwe coördinaten van maatschappelijke verandering

13 NOVEMBER 2018

CATEGORIEN: THEORIE U

Dit is een vertaling van het artikel van Otto Scharmer: dit is de link naar zijn artikel in het Engels. In deze vertaling is een aantal voorbeelden kort benoemd in plaats van de uitgebreidere beschrijving in het originele artikel van Scharmer.

Paradigma shift:
De teruggang van Trump, de opkomst van de Groenen, en de nieuwe coördinaten van maatschappelijke verandering

In dit meest recente blog schrijft Otto Scharmer over de duiding van de Midterm Elections in de Verenigde Staten. Door veel media worden de verkiezingen geduid als een verharding van standpunten tussen linkse en rechtse politiek. Maar dat is de betekenis die we geven als we door een 20e eeuwse bril kijken. En dat is niet meer de bril waarmee we betekenis kunnen geven aan veranderingen. Het gaat niet meer om de polen links en rechts. Er verschijnt een nieuwe polariteit met nieuwe coördinaten waarmee we de huidige ontwikkeling een plek kunnen geven. Hij benoemt dat als een verschuiving van ‘assen’.
Het gaat niet meer om ‘links en rechts’ maar veel meer over ‘open en gesloten’, zoals ook de verkiezingen in andere delen van de wereld laten zien. Het gaat daarbij niet alleen over politiek maar ook over economie en onderwijs .

De politieke verschuiving

Van links versus rechts naar open versus gesloten.
In wezen gaat het hierbij ook om de tegenstelling van sturing vanuit de overheid versus marktsturing.

Figuur 1: De nieuwe politieke coördinaten

Maar hoe zou het zijn om de tegenstellingen te definiëren op de as van gesloten versus open. Trump staat daarbij voor geslotenheid, voor het versterken van de driehoek die gevormd wordt door angst, haat en ontkenning. Deze mindset wordt gevoed door vijf vormen van gedrag:
• verblind zijn (de werkelijkheid niet kunnen/willen zien),
• de-sensing, niet aan willen voelen (je niet willen verplaatsen in anderen),
• absencing – afwezig zijn (je niet kunnen/willen verbinden met je hoogste potentieel),
• anderen de schuld geven (onvermogen om te kunnen reflecteren),
• verwoesten (het vernietigen van natuur, relaties, het zelf).
Het speelveld van deze vijf gedragingen heeft de laatste jaren het politieke veld veranderd. Het zijn niet nieuwe vormen van gedrag, maar ze worden versterkt door het gebruik van de sociale media.

Scharmer geeft bij iedere vorm van gedrag voorbeelden uit de dagelijkse praktijk in de Verenigde Staten. De benoeming van de rechters, de schietpartijen op scholen en de omgang met het klimaatakkoord.
Trump handelt daarin heel erg effectief. Maar als Trump niet het probleem is, maar alleen het symptoom, wat is dan het probleem?
Scharmer benoemt dat als het gebrek aan een alternatief waarmee het enorme potentieel dat bij de openheid aanwezig is te activeren.

Figuur 2: Twee sociale velden: de cyclus van co-creatie (presencing) en de cyclus van destructie (abcensing)

De winnaars van recente verkiezingen zitten niet meer aan de linker of de rechter zijde (de traditionele politieke partijen) maar aan de open (de Groenen in Duitsland ) of de gesloten zijde (de AfD, Neo Nazi georiënteerd).

Observaties:

  • De gesloten zijde is niet alleen in de Verenigde Staten dominant maar ook in Brazilië, Rusland, Hongarije, Polen, Turkije en de Filipijnen. Het is wereldwijd. In al die landen speelt de rol van de sociale media bij het versterken van angst, haat en ontkenning een belangrijke rol.
  • De opkomst van de Groene Partij in Duitsland, een groot aantal vrouwen in de Amerikaanse politiek, de overwinning in Costa Rica van president Alvarado en president Jokowi in Indonesië laten zien dat mensen ook op een andere manier kunnen reageren op de onvrede in het huidige politieke systeem. Met nieuwsgierigheid, passie en moed.
  • Het conflict rondom de as van open versus gesloten is niet nieuw maar speelt al vanaf de Amerikaanse burgeroorlog. Racisme en het excluderen van bevolkingsgroepen is blijven bestaan. Wat wel nieuw is is dat het nu wereldwijd speelt, dat we beperkt de tijd hebben (i.v.m. de klimaatverandering) en dat sociale media een grote rol spelen.

De economische verschuiving

Op dezelfde manier is er ook een verschuiving zichtbaar in het economisch domein. Gedurende de 20e eeuw ging het gesprek over hoe de economie zich zou moeten ontwikkelen, over de manier waarop economisch groei het beste versterkt zou kunnen worden. Via overheidsingrijpen of via marktwerking. In het huidige debat gaat het veel meer over de vraag of het groei-paradigma niet deel van het probleem is en vervangen moet worden door post-groei paradigma dat focust op het welzijn van ieder van ons. Maar wat als het BNP – bruto nationaal product – geen goede indicator meer is, wat is dan het alternatief?

Figuur 3: De nieuwe politieke coördinaten

Observaties:

  • Ook al is het oude economische denken in 2008 gecrashed, het oude denken is nog steeds springlevend en het debat over de ontwikkeling van de economie gaat nog steeds over overheidssturing versus marktwerking.
  • Op de verticale as zien we meer beweging naar nationalisme en protectionisme.
  • Lokaal en regionaal zien we een beweging van onderop met nieuwe samenwerkings- en economische vormen.
  • De enige kans om de in 2015 door de VN vastgestelde 17 doelen op het gebied van duurzaamheid te halen, is door het versterken van de lokale en regionale bewegingen.

De verschuiving in opvoeding en onderwijs

Een manier om de nieuwe coördinaten in onderwijs en opvoeding te bevatten, is door te zien hoe de betekenis van de ‘digitale scheiding’ is veranderd. De werkelijke digitale scheiding loopt niet tussen de kinderen die toegang hebben tot internet en zij die dat niet hebben. Het gaat nu veel meer over de verdeling tussen kinderen met ouders die de toegang tot internet beperken en ouders wier kinderen oneindig toegang hebben tot internet omdat scholen en politici aangeven dat meer toegang de sleutel tot succes is.
Het oude paradigma ging over publiek versus privaat onderwijs, links versus rechts. Het nieuwe debat focust op de manier van leren: het kunnen onthouden van formules en feiten versus de benadering van het kind in zijn/haar volle capaciteit om te leren en creëren. Daarbij draait het om het generatieve sociale veld en het integreren van hoofd, hart en handen.

Figuur 4: De nieuwe educatie coördinaten

Observaties:

  • Veel van de huidige activiteiten en discussies worden nog sterk bepaald door de oude as van publiek versus privaat.
  • De revolutie rondom kunstmatige intelligentie die de manier waarop de maatschappij functioneert zal gaan hervormen heeft tot gevolg dat banen die zijn gebaseerd op het kunnen onthouden van getallen en feiten zullen verdwijnen. Het gevolg is een herorientatie op de menselijke activiteiten en het creeren van waarden in de richting van compassie, empathie, collectieve creativiteit, dieper luisteren, genererende dialoog, bedding kunnen bieden, etc).
  • Tot nu toe zijn er nog weinig voorbeelden van grotere scholingsinstituten die vanuit de bovenkant van het spectrum werken.

De belangrijkste blinde vlek van onze tijd

Wat hebben deze 3 type verschuivingen of shifts met elkaar te maken? Alles. Het 20e eeuwse discours ging vooral om het verschil in ideologie. En zoals de historicus Yuval Noah Harari in zijn boek 21 lessen voor de 21e eeuw, aangeeft, had je in 1938 3 ideologieën: fascisme, socialisme en liberalisme. In 1968 waren er nog twee (socialisme en liberalisme). In 1998 nog 1 (het veronderstelde einde van de geschiedenis). Maar nu in 2018 is dat aantal gedaald naar 0. Geen ideologie meer, alleen maar Ik-Ik-Ik.
Als het verschil op de verticale as niet over ideologie gaat, waarover dan wel? Het gaat om bewustzijn, dat is de kwaliteit van hoe we verbinding maken met elkaar. Het gaat om een verschuiving van bewustzijn, van ego systeem bewustzijn naar eco-systeem bewustzijn; van ik naar wij.

Het goede aan Trump en aan populisme en ego-systeem bewustzijn is de energie en het initiatief dat wordt opgeroepen. Het slechte of de begrenzing zit in de bewustzijnsvernauwing: het ego is te beperkt. Het past niet bij de werkelijke complexiteit van dit tijdperk van de onderlinge afhankelijkheid. Complexiteit en onderlinge afhankelijkheid vereisen een openen: van de mind, het hart en de wil. Als we betrokken blijven bij dit proces van openen – met alle uitdagingen rondom de stemmen van oordeel, cynisme en angst – dan gaan we door een diepgaande verandering van mindset van ego naar eco. Dan beschouwen we een situatie niet alleen maar vanuit onze eigen zienswijze maar ook vanuit de zienswijzen van alle andere spelers in ons eco-systeem.

Wat je nu kunt doen: doe mee aan het s.lab

Het verhaal over het proces van openen moet worden verteld! Ontelbare individuen, groepen en organisaties hebben te maken met uitdagingen die van hen vragen om van een ego- naar eco-systeem manier van werken te bewegen. Ofwel om naar boven te schuiven langs de verticale as. Maar op die reis voelen ze zich vaak alleen en niet gesteund. Een ondersteunende infrastructuur ontbreekt nog. Een infrastructuur die methoden en gereedschap aanreikt, die de huidige generatie change-makers helpt om zich te verbinden met gelijkgestemden uit andere systemen, sectoren en delen van de wereld.

Hiervoor heeft Otto met zijn collega’s van het Presencing Instituut een nieuw initiatief ontwikkeld: het Societal Transformation Lab (s.lab). Dit gaat begin 2019 van start en zal functioneren als een multi-lokaal innovatieplatform voor teams en organisaties die aan diepgaande innovatie werken in hun eigen organisaties en eco-systemen.

Met dank aan Kelvy Bird en Adam Yukelson.

Otto Scharmer
Senior Lecturer, MIT. Co-founder, Presencing Institutewww.ottoscharmer.com
7 november 2018

Vertaald naar het Nederlands door Marc Verheij.

 

Autonoom of niet, sturing blijft nodig!

Autonome teams zijn hot!
Bijna elke organisatie die ik tegenkom is er mee bezig. De een noemt het zelforganisatie, de ander zelfcoördinatie, zelfsturing of autonomie. Uiteraard is het geen doel maar een middel om iets te bereiken. Denk aan; meer winst/omzet, grotere klanttevredenheid of minder ziekteverzuim. Steeds meer organisaties zien in dat deze resultaten alleen maar bereikt kunnen worden door betrokken en bevlogen medewerkers te creëren. En dat zelfsturing/autonomie het middel is dit te realiseren.
Ik merk alleen dat veel managementteams worstelen met het aansturen van een meer autonome organisatie. Wat laat je wel en niet over aan medewerkers? Veel organisaties zitten dan ook in een spagaat van sturing versus zelfsturing.
Hoe je het ook went of keert; sturing is altijd nodig! Met sturing bedoel ik bijvoorbeeld duidelijkheid creëren over wat medewerkers van je verwachten, aangeven binnen welke grenzen geopereerd kan worden en een heldere visie over wat je als management nog doet en wat medewerkers mogen doen. Vaak wordt hier echter niet goed over gecommuniceerd. Daardoor ontstaan allerlei problemen. Medewerkers weten niet meer waar ze wel en niet verantwoordelijk voor zijn.

 Sturing kan op twee manieren mis gaan

Het management schiet door in het geven van verantwoordelijkheid, vrijheid en vertrouwen. Ze kieperen te veel over de schutting vanuit de gedachte dat mensen het allemaal wel aan kunnen.
Aan de andere kant zijn er organisaties die graag zelfsturing willen doorvoeren maar het lastig vinden verantwoordelijkheid en vrijheid te geven. Ze schieten dan toch weer in de controle en sturen dus te veel.
Dit begint met zelfkennis; helder krijgen wat je wil bereiken qua sturing en waarom dit soms niet lukt. Onbewuste eigen valkuilen zorgen er namelijk vaak voor dat zaken mislukken. Als je deze niet helder hebt zul je nooit de juiste balans vinden.
Voorbeeld
Een zorgorganisatie (geïnspireerd op Buurtzorg; dé zorgorganisatie in Nederland van Jos de Blok die als eerste begon met zelfsturing) wil overgaan op zelfsturende teams omdat ze het idee hebben dat dit middel tot meer bevlogen medewerkers leidt en daarmee tot betere resultaten. Ze hebben besloten om te starten met een tweetal teams. Tegen de teams werd gezegd dat het uitgangspunt was om veel meer verantwoordelijkheid en vertrouwen neer te leggen bij medewerkers. Omdat bij andere organisaties bleek dat medewerkers dit nodig hadden om meer bevlogen te raken. De medewerkers van genoemde zorgorganisatie gaven inderdaad aan dat ze dit ook graag wilden. Na een tijdje bleek echter het volgende: medewerkers in de teams waren niet meer tevreden. Ze maakten een overspannen indruk. Sommige medewerkers liepen te hard en anderen leunden te veel achterover.
Door met de betreffende managers om tafel te zitten ontdekten we dat beide managers het loslaten te veel hadden doorgevoerd. Ze gingen er vanuit dat hun medewerkers heel graag verantwoordelijkheid wilden en ook aankonden, waardoor er weinig communicatie was over projecten die uitgevoerd moesten worden. Er werden geen echte doelen gesteld. Er werd simpelweg gezegd dat ze meer zelfsturend mochten zijn. Ik gaf aan dat dit te vaag was en dat medewerkers meer sturing nodig hebben.
Maar hoe doe je dat? Want iemands valkuil (in dit geval een laissez faire houding van beide managers) is niet zomaar weg te poetsen. Ga maar eens na: als iemand tegen je zegt dat je bijvoorbeeld meer of minder moet loslaten dan wil dat niet zeggen dat dat ook lukt. Het is een patroon dat je al heel lang meedraagt. Iemand kan alleen maar veranderen door kennis te hebben van zichzelf en te achterhalen waar zijn of haar valkuilen vandaan komen.
Door op zoek te gaan naar achterliggende belemmerende gedachtes kun je uiteindelijk de kernovertuiging ontdekken achter het valkuil-gedrag. Deze ontdek je door te vragen: wat is het ergste wat er kan gebeuren als jij je valkuil (laissez fair/passiviteit in dit geval) loslaat. Er kwamen zaken als “Dan moet ik meer in actie komen en dat kost tijd”. Wat is daar zo erg aan voor jou? “Dan moet ik verantwoordelijkheid nemen”. En wat is daar zo erg aan? “Dan kan het misgaan en kan ik afgaan”.
Door contact te maken met de angst begrepen de managers eindelijk waarom ze niet meer sturing gaven en steeds in hun oude patroon bleven rondcirkelen. Het zorgde er voor dat ze in actie kwamen en samen met de medewerkers visie gingen creëren over het effectief inkleden van zelfsturing

Voor jezelf kiezen …..

“En dan kies je voor jezelf, om meer te luisteren
naar je eigen stem en gevoelens, en dan wordt
de ander boos en begin ik me schuldig te voelen
dat ik kies voor mezelf.
Daardoor zet ik dat weer op de rem,
is de ander gelukkig en voel ik me diep
van binnen weer ongelukkig.”
Dit is een lus waar veel mensen in zitten.
Je voelt dat je het graag anders wilt,
bent bereid om belangrijke keuzes voor jezelf te maken
en wordt dan geconfronteerd met een omgeving
die in de weerstand gaat tegen jouw verandering.
De ander reageert boos, verdrietig, of begint op
enige andere wijze je te manipuleren,
doordat jouw verandering ook een verandering voor hen inhoudt
waar zij niet bewust voor hebben gekozen.
Eigenlijk bots je tegen de angst voor verandering
aan van de ander, degene komt in de overlevingsstand
en gooit alles in de strijd zodat jij maar blijft doen
wat je altijd al deed en alles blijft zoals het altijd al was.
Het belangrijkste aan deze tijd is, volgens mij,
leren om op eigen benen te staan.
Wanneer je op eigen benen staat, val je niet om
wanneer iemand uit je leven verdwijnt.
Dat wil niet zeggen dat je niet wordt geraakt of
niet verdrietig mag zijn, het wil zeggen dat je in jezelf
een stevig fundament hebt waar je op kunt bouwen,
dat je energetisch niet afhankelijk bent van een ander,
dat je jezelf kunt redden wanneer er
grote veranderingen in je leven voorbij komen.
De verandering is er altijd, is er altijd al geweest
en zal er altijd zijn.
Niets blijft ooit hetzelfde en grote veranderingen
kunnen zomaar op je pad komen.
Maar je kan ze ook bewust zelf in werking zetten.
Leren omgaan met de reacties van anderen
is een belangrijk onderdeel van dit proces.
Het laat je zien in welke kluwen
van overtuigingen en gedachten je “vast” zit,
in hoeverre je op eigen benen staat en hoe je
omgaat met je eigen grenzen.
We zijn in zo’n situatie vaak geneigd
om naar de ander te wijzen,
terwijl dit hele proces eigenlijk om jou draait.
De ander heeft zijn eigen proces en is verantwoordelijk
voor zijn of haar eigen emoties en gevoelens.
Schuldgevoelens laten je zien dat je
van het gebaande pad afwijkt,
je gaat niet meer mee in het karrenspoor wat er al is,
en dat is een teken voor het ego om de alarmbellen
te doen afgaan.
Voor de lieve vrede kun je daarop reageren
door weer terug te stappen in je oude gedrag
en alles te laten zoals het is.
Maar verwacht niet, dat wanneer het gevoel
van willen veranderen van binnenuit komt,
dat je je geluk en je kracht vindt
door te blijven zitten waar je zit.

So what will matter?

Ready or not, some day it will all come to an end. There will be no more sunrises, no minutes, hours or days. All the things you collected, wether treasured or forgotten will pass to someone else.

You wealth, fame and temporal power will shrivel to irrelevance. It will no matter what you owned or what you were owed. Your grudges, resentments, frustrations and jealousies will finally disappear.

So too, your hopes, ambitions, plans and to-do lists will expire. The wins and losses that once seems so important will fade away. It won’t matter where you came from or what side of tracks you lived on at the end. It won’t matter wether you were beautiful or brilliant. Even your gender and skin color will be irrelevant.

So what will matter?

How will the value of your days be measured? What will matter is not what you bought, but you built, not what you got but what you gave. What will matter is not your succes but your significance.

What will matter is not what you learned, but what you taught. What will matter is every act of integrity, compassion, courage or sacrifice that enriched, empowered or encouraged others to emulate your example.

What will matter is not your competence but your character. What will matter is not how many people you knew, but how many will feel a lasting loss when you’re gone. What will matter is not your memories but the memories that live in those who loved you.

What will matter is how long you will be remembered, by whom and for what.

 

Living a life that matters doesn’t happen by accident. It’s not a matter of circumstance but of choice.

Choose  to live a life that matters

 

By Michael Josephson

Verandering

Verandering
Het enige constante in het leven is de verandering.
We proberen wel een weg uit te stippelen en
plannen te maken die voor een heel leven gelden.
Toch is de verandering de basis van het leven.
Niets blijft wat het is.
Velen van ons verzetten zich en willen dat
alles gelijk blijft omdat dit een overzichtelijkheid
met zich meebrengt een bepaalde rust.
Toch is die rust maar schijn.
De ware rust vind je in jezelf, in het meedeinen
op dat wat is en op dat wat zich ontvouwt.
Schuld en controle zijn tekenen van verzet
tegen dat, wat zich nieuw wil aandienen.
Het is het ego dat zich verzet tegen
een eeuwigdurende stroom van leven
wat zich steeds opnieuw wil vormgeven.
Jij bent de schilder die het doek verft,
de vraag is alleen of jij je bewust bent
van het feit, dat jij aan het kleuren bent met je penselen.
Ben je een bewuste schilder die het schilderij van
binnenuit tot stand laat komen?
Of ben je een onbewuste schilder die
de opdrachten uitvoert die buiten je
van je worden verwacht?
Vele veranderingen volgen elkaar op.
En het lijkt wel alsof de tijd versnelt.
We ontvangen steeds meer kleuren om mee
te schilderen en het bevindt zich allemaal in je.
Accepteer de wirwar van gevoelens,
geef ze vorm in je schilderij.
Wie wil je zijn en wat wil je doen ?
Het is lang geleden dat we zo dicht bij ons Thuis
konden komen, dus ja, je mag eerst wennen.
Het voelt anders en het is anders.
Word een bewuste schilder van je leven.
Ontdek de nieuwe kleuren en stel je in
op de verandering.
Uit het boek : Lichtflits, in jou